Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Europa’

door Jerry Mager
gepost op nelpuntnl.nl op 02-09 september 2013

“In the media, as in other major institutions, those who do not display the requisite values and perspectives will be regarded as ‘irresponsible, ‘ideological, ‘ or otherwise aberrant, and will tend to fall by the wayside. The media are indeed free – for those who adopt the principles required for their ‘societal purpose’. “
Edward S. Herman & Noam Chomsky (2002:304): Manufacturing Consent

“During the Blair government’s period of office, Rupert Murdoch had three goals: to acquire regular personal access to Blair, to protect his newspaper and television empire and, perhaps most significantly, to influence Britain’s foreign policy. He achieved them all.”
David McKnight (2013:163): Murdoch’s Politics

Artikel 7 van onze Grondwet: vrijheid van meningsuiting
Natuurlijk mag je als journalist en redacteur van de Volkskrant beweren dat de zittende VVD-premier Mark Rutte geen ideeën heeft. We leven tenslotte in een vrij land met vrijheid van meningsuiting en een vrije pers, dus de waarheid mag zeker worden gezegd. Het is alleen niet aan te raden dat je dat doet, want voor je het weet word je op het matje geroepen bij je Hoofdredacteur. Die biedt je een stoel, een sigaartje en een cognacje aan en wijst je dan vaderlijk, vriendelijk doch nadrukkelijk en met klem op de verantwoordelijkheden die je hebt: naar je lezers toe dus richting de lezers, richting het publiek, richting de politiek, richting je gezin en last but not least richting de euro en richting Europa.
Als de Hoofdredacteur de zware overgordijnen heeft dichtgetrokken en deur dubbel op slot gedraaid, na twee keer uitvoerig te hebben gekeken of er misschien toch niet iemand op de gang loopt, voegt hij daar vlakbij je oor, vlug en zacht lispelend, aan toe: en richting aandeelhouders, financiers en andere sponsoren van deze krant waar jij en ik zo goed van eten. Met onze kostbare vrijheden moeten we zeer zorgvuldig omgaan. Intimidation-Techniques2 - 40 proc. grootte
Je weet niet of je het werkelijk hebt gehoord, of dat je je het maar verbeeldt, zo onhoorbaar als dat laatste gezegd wordt. Dan, weer joviaal als altijd, terwijl hij zichzelf royaal nog een bel cognac inschenkt, zegt de Hoofdredacteur: By the way, er komt binnenkort een plaats vacant voor assistent-hoofdcorrespondent bij de sectie kamelenbulten in een negorij bij name Verweggiswoestijnisstan ……
Zo gaat het in de praktijk natuurlijk niet echt. Ik dik het alleen wat aan, omwille van de suspense.

Artikel 8 van onze Grondwet: vrijheid van drukpers
In de huidige praktijk zegt en doet een beetje Hoofdredacteur dit op klaarlichte dag, langs zijn neus weg met de gordijnen en ramen wagenwijd open en in volle redactielokalen, met al het journaille en overige personeel verplicht aanwezig. De succesvolle Hoofdredacteur van nu is namelijk een proces- en transformatiemanager, een CEO, die opereert volgens het businessmodel dat op de snelste manier het meeste geld genereert voor de directeuren-eigenaren-aandeelhouders van het mediaconglomeraat, met een profijtelijke prestatiebonus en optieregeling voor hemzelf, contractueel vastgeschroefd en zowel fiscaliter als arbeidsrechtelijk waterdicht doortimmerd en toekomstbestendig. Vaak worden ze na hun krantencarrière minister, staatssecretaris, burgemeester of in een andere creatief verzonnen modaliteit in de Grote Ruif der Publieke Middelen geplugd.
Tegenwoordig worden bij kranten regelmatig complete afdelingen gesaneerd en gedesinfecteerd, geschoond van zelfstandig denkenden met originele opinies, afwijkende analyse, dwarse duidingen en subversieve standpunten. Met busladingen wordt bijna dagelijks krantenpersoneel naar schaliegasvelden vervoerd, waar ze met een beiteltje en een hamertje diep onder de grond schaliegas uit het gesteente mogen bikkelen. De meesten zien het daglicht nooit weer. Velen verdwijnen spoorloos.

De Begeisterung van de procesmanager
Daarom dat Martin Sommer (MS) weliswaar schrijft dat VVD-premier Mark Rutte er geen ideeën op nahoudt, maar daar in een adem aan toevoegt dat Rutte die ook beslist niet nodig heeft. Want wat kun je iemand nadragen die beweert dat je geen ideeën nódig hebt? Ook al zegt die persoon daarmee meteen dat je geen idee whatsoever over wat dan ook koestert, dat je werkelijk geen enkel idee hebt: blanco als een baby en totaliter tabula rasa.

MS: “Meer dan van ideeën heeft Rutte last van geestdrift. .. “ en “ … Rutte is niet de enige procesmanager. Dat etiket past ook Wouter Bos, architect van dit kabinet, en Diederik Samsom.“ Ouwe jongens krentenbrood, politieke procesmanagers onder en bij elkaar. Dat moest gewoon coalitiëren. Wat zouden wij nog te wensen hebben? We zijn, vindt Martin Sommer, gruwelijk gematst met een premier van het kaliber: U vraagt en wij draaien. Dus, niets te miezemouzen mensen.quote-back-in-those-days-intimidation-was-the-greatest-tool-the-drill-instructor-had- 40 procent

Wat Rutte nodig heeft, is tijd, zegt MS zorgzaam, en die heeft Mark óók niet. Dat is eigenlijk maar goed ook, want met te veel tijd omhanden zou begeisterde Mark zijns ondanks toch weleens op ideeën kunnen komen, op foute en verkeerde ideeën welteverstaan. Zoals het idee dat het best een goed idee zou zijn om de holocaust te mogen ontkennen. Zulk soort ongekamde ideeën dus.
Trouwens, iemand met ideeën, een persoon die grondig en diep over de dingen pleegt na te denken, die zou het op die plek en positie, onder de Haagse kaasstolp, nog geen dag uithouden en in Europa nog geen uur. Godeliefzalmebewaren! Er ideeën over Europa en de euro opna moeten houden!? Zo’n stumperige stakker, zo’n naargeestige nerd, hij zou gillend weglopen of zich anders stilletjes verhangen, uit een raampje van dat Binnenhoftorentje bij voorkeur. Dat zou sneu wezen, dat wens je niemand toe. Dan kun je vele vele malen beter, volledig vacuüm en compleet gespeend van ideeën, schaterlachend permanent opgeruimd zitten wezen. Onherstelbaar blijvend begeistert.

“We are the hollow men
We are the stuffed men
Leaning together
Headpiece filled with straw. Alas!”

T.S. Eliot: The Hollow Men

VVD, AJB en PVV
Martin Sommer bevindt zich overigens in goed gezelschap, want niemand minder dan oud-VVD-voorman Bolkestein roeptoeterde immers te pas en te onpas dat een politicus niet moest nadenken. Aan politici die nadenken, heb je niets, vond Bolkestein. Hijzelf noemt zich nadrukkelijk deftig een koopman en wil vooral niet als intellueel te boek staan. Een greintje zelfkennis kan meneer Bolkestein niet worden ontzegd.
Een politicus, moet wéten. Hij of zij moet op de eerste plaats weten aan welke kant zijn boterham beboterd, besmeerd en belegd is en wie het in zijn partij voor het zeggen heeft, wie er de lakens en de gunsten uitdeelt. MS: “Hij is heel trouw, beloont zijn vrienden. Zijn mentoren Opstelten en Rosenthal werden minister.” Rutte ging zelfs zo ver in zijn loyaliteit aan makkers en vrienden dat hij Geert Wilders, zijn oud-mentor in de VVD, grootmoedig hielp aan een-gat-in-de-markt, zodat Wilders voor zichzelf een bloeiend politiek handeltje kon beginnen met zijn PVV-beweging. Als dat niet getuigt van generositeit zonder ook maar enige bijgedachte, dan weet ik het niet.

Dit is puur politiek instinct. Hier komt echt geen denkwerk aan te pas. Het idee alleen al. Dat is een hele opluchting en het verklaart meteen een heleboel, zo niet alles.

Sommer haalt ook het geval aan van VVD’er Arend-Jan Boekestijn, die voor een open microfoon tegen collega-historicus Maarten van Rossem beweerde dat het schokkend was dat zijn politieke baas en mede-historicus Rutte geen idééhéé had. Wat er met AJB is gebeurd daarover wordt in VVD-kringen nog met een brok in de keel en bibbers in de benen aan VVD-kindertjes verhaald, onder de VVD-kerstboom, bij de VVD-kribbe, waarin de VVD-Heiland. Dat was niet best. Het heeft Nederland bijkans zijn triple A status gekost en ons lichtjaren teruggeworpen in de globale concurrentiepositie, whatever that may be. Het heeft een haar gescheeld of we waren de euro uitgeknikkerd. Kijk, als je dat laatste bedenkt dan wens je Mark Rutte aan de lopende band een hééééleboel ideeën toe.

Laat ons daarom iedere avond voor het slapengaan toch maar bidden om veel ideeën voor onze VVD-premier, die aardige, sympathieke en sociaalvaardige Mark Rutte. Want dat is ‘ie tenslotte allemaal, al zal hij ook daar vast geen idee van hebben.

“The contemporary era constantly proclaims itself as a post-ideological, but this denial of ideologie only provides the ultimate proof that we are more embedded in ideology.
On account of its all-pervasiveness, ideology appears as its own opposite, as non-ideology, as the core of our human identity underneath all the ideological labels.”
Slavoj Žižek (2009:37,39): First As Tragedy, Then As Farce

Lectuur:

Martin Sommer: ‘Ruttes probleem is niet gebrek aan ideeën, maar gebrek aan tijd in de Volkskrant van 01 september 2013

Edward S. Herman & Noam Chomsky (2002/1988): Manufacturing Consent. The Political Economy of the Mass Media / New York – Toronto: Random House / ISBN 0-375-71449-9 (pbk)

David McKnight (2013/2012): Murdoch’s Politics. How One Man’s Thirst For Wealth And Power Shapes Our World / London: Pluto Press / ISBN 978 0 7453 3346 5 (pbk)

Slavoj Žižek (2009): First As Tragedy, Then As Farce / London – New York: Verso / ISBN -13: 978-1-84467-428-2 (pbk)

Read Full Post »

door Jerry Mager
gepost op NELPUNTNL.NL, op 19/20 augustus 2013
uitgebreid en licht herzien op 21 augustus

“Libertarians display nothing but disdain for fundamental ideas. They disparage the very idea of a fundamental idea. Libertarianism wishes to espouse an end product: liberty – while remaining oblivious to its source: philosophy. It sees no logical, ordered structure of ideas, but only a haphazard smorgasbord of notions, and feels entitled to help itself to any one, at any time, in any sequence, as the mood strikes.”

Peter Schwartz (1989:317): Libertarianism: The Perversion of Liberty

De kop: “VVD-adviseur Livestro: ‘Rutte wordt niet gehinderd door principes’ “ in de Volkskrant van 17 augustus 2013 geeft veiligheidshalve duidelijk aan dat het om een citaat van meneer Livestro gaat. Bij lezen van het stukje waarboven deze kop staat, lijkt het op het eerste gezicht onwaarschijnlijk om te denken dat Joshua Livestro het artikel van Peter Schwartz (“Libertarianism: The Perversion of Liberty”) in gedachten had toen hij deze uitspraak deed, laat staan dat hij het met Schwartz eens zou zijn – indien Livestro al bekend was met betreffend artikel.
Als ik echter lees: “Flexibiliteit is volgens Livestro weliswaar nodig om het kabinet overeind te houden” en ik denk aan Sennetts betoog over hoe die flexibiliteit volgens hem in onze kapitalistische maatschappij het individuele karakter en de maatschappelijke moraal ondermijnt (“The Corrosion of Character”), dan zou Livestro wellicht kunnen worden aangewreven dat hij het onbewust met Schwartz en Sennett eens is en dat zijn kwalificatie van zijn VVD-roerganger wel degelijk betekent wat hij lijkt te betekenen: “Rutte wordt niet gehinderd door principes”. Precies dat maakt de man tot zo’n succesvolle stemmentrekker. We leven tenslotte in het postmoderne postpolitieke tijdperk, waarin der Mensch ohne Eigenschaften agio doet.

the_intolerable_intolerance_ 70 procentJammer dat in het ingezonden stuk van PvdA vicepremier Lodewijk Asscher en de Engelse publicist David Goodhart in de Volkskrant en de Britse krant The Independent, niemand schijnt te hebben geroepen: Eigen volk eerst! of: Socialist Asscher wil grenzen dicht tegen Oost-Europeanen!
Was dat het geval geweest, dan zou de beweging (let wel: de PVV is een beweging en geen partij) van meneer Geert Wilders – als we de peilingen van Maurice Waf! tenminste mogen geloven – vast niet met 30 zetels uit de bus zijn gekomen. In ieder geval hadden we nog een smeuïge krantenkop gehad. Een PvdA’er die zoiets roept, zou de verloedering van het merk weer eens onomwonden aan de kaak stellen.

“The invasion and colonization of communitas, the site of the moral economy, by consumer market forces constitutes the most awesome of dangers threatening the present form of human togetherness. The principal targets of the assault by the market are humans as producers; in a fully conquered and colonized land, only human consumers would be issued residence permits.”

Zygmunt Bauman (2003:74): Liquid Love

Onthutsend is het wel, dat uitgerekend alweer een PvdA-politicus het project Europa lijkt te saboteren, juist nu eensgezindheid onder de eurolanden zo broodnodig is. VVD’er Rutte houdt zich met zijn oproep om meer luxe consumptiegoederen te kopen tenminste nog bij merksyntone kretologie, terwijl die zogenaamde bescherming van de Nederlandse werknemers van Asscher zo flinterdun dubbel-doorzichtig is dat het de aandoenlijkheid voorbij schiet en genant in de wind wappert. Kom er gewoon vierkant voor uit dat het project Europa uiterst ongelukkig en onverantwoord krakkemikkig in elkaar steekt en we daar de wrange vruchten bij karrenvrachten van plukken. Waarom we de wanhopige vlucht naar voren schijnen te moeten blijven kiezen, is aan de gewone burger die structureel voor de kosten opdraait, niet uit te leggen. Die burger voelt zich cynisch uitgebuit, ordinair kaalgeplukt en schaamteloos leeggezogen. Die burger ziet, ondervindt, merkt en ervaart namelijk dat zijn spaargelden verdampen en dat zijn pensioen wegsmelt. Hij ziet hoe de haarvaten van de samenleving verstopt raken door het aankoeken van steeds dikkere lagen managers. Die managers claimen dikke salarissen en het enige wat ze doen is de boel nog stroperiger, nog ingewikkelder en vooral nog duurder maken. Hun salarissen-met-bonus moeten tenslotte ergens van worden betaald. Het Nederlandse maatschappelijke middenveld is wat dit aangaat een Sodom en Gomorra aan het worden: de ene ladenlichtende fraudeur na de andere plugt zich er als een bloedzuiger in de staatsruif van de publieke middelen. Met zo’n positie belonen politieke kongsi’s ook hun clubgenoten; zij hebben de banen verkaveld en onderling verdeeld en distribueren de respectieve postjes, ten laste van de publieke middelen. In het Angelsaksisch heet dit cronyism.

Ergens op een plek die Brussel heet en op andere vergelijkbare virtuele plaatsen (loci, topoi) wordt er zoiets als een Verenigd Europa in elkaar gestoken, zeggen ze. Alweer door managers, voor wie het project Europa een grote snoepwinkel en lucratieve banencarrousel is. De burger krijgt toegetoeterd dat zij solidair moet zijn met vreemde mensen ver weg, terwijl zij dag in dag uit aan den lijve ondervindt dat het hier bij haar steeds meer ieder voor zich is. Luister maar naar Rutte & kompanen, kijk naar Asschers laatste move: West-Europa voor de West-Europeanen! Een paradoxale boodschap die, zoals Pavlov met honden bewees, schizofrenie veroorzaakt. Een verenigd Europa is bij dit alles zeker niet gebaat. Terwijl we dat meer dan ooit oooh zo nodig hebben, lijkt de politieke paljassen niets te dol om het project Europa te saboteren en te torpederen.

“(H)et is vooral Homerus geweest die de andere epische dichters heeft geleerd op de juiste wijze onwaarheden te beweren. Zijn kunst bestaat hierin dat hij gebruik maakt van de menselijke neiging om valse conclusies te trekken.”

Aristoteles (335? BC; 60a18): Poëtica

Asschers move maakt het eens te meer pijnlijk en duidelijk zichtbaar dat de huidige constructie van het project Europa op z’n zachtst gezegd aan alle kanten rammelt en in z’n voegen kraakt en knarst. Asscher stelt een deeloplossing voor die op zich niet onaannemelijk lijkt te klinken (wel onsympathiek, maar misschien zelfs niet onlogisch). In het geldende kader past Asschers idee echter helemaal niet en binnen dat vigerende kader detoneert zoiets als naïef, onbetrouwbaar en inconsistent. Moeten politici met zulke ideeën aan het roer staan van dit zwalkende, kompasloze en lekkende narrenschip, in deze woelige en verraderlijke wereldzeeën?
Hoe kun je het rijmen om duizelingwekkende sommen gelds te blijven overmaken naar landen als Griekenland – dus een transfereconomie in stand en aan de praat te houden – en tegelijkertijd de grenzen willen sluiten tegen werknemers uit nieuwe (aspirant-/semi-) eurolidstaten? De gedebiteerde smoes luidt dat Nederlandse werknemers uit de wind moeten worden gehouden, met name zzp’ers en laaggeschoolden – potentiële PvdA stemmers dus. Een cynische smoes, want diezelfde Nederlandse werknemers zien hun spaargelden verdampen (richting Griekse bankiers en andere gladde gluiperds?) en krijgen het onverbloemd voor hun kanes dat ze zich loyaal hun pensioengelden moeten laten ontfutselen in het belang van Europa dat immers ook hun belang zou zijn. Kortom, het recept luidt: permanent pompen en langzaam maar onherroepelijk samen verzuipen. Zo’n politieke poppenkasterij en fratsenfoezeliritis voedt en vergroot slechts het toch al substantiële ressentiment.

De gefrustreerde burger weet natuurlijk drommels goed dat ‘ie met meneer Wilders en zijn PVV ook geen stap verder komt, maar zo lang de gevestigde politieke merken die burger voor simpel, achterlijk en dom verslijten, zal die burger zich zo gedragen door zijn kont tegen de krib te gooien en Van Speijks dan-liever-de-lucht-in! als motto prefereren.
Door op een beweging als de PVV te stemmen, krijgt die burger op zijn minst nog de illusie dat zij – net als een astrante peuter van drie jaar oud – tòch ook een eigen willetje heeft en zich niet alles hoeft te laten gezeggen. De merken VVD en PvdA zouden volgens de peiling van meneer De Hond nu bij verkiezingen een verlies van 45 zetels voor de kiezen krijgen. De DOW Jones en Foetsie zijn er niets bij.

“Flexible specialization suits high technology; thanks to the computer, industrial machines are easy to reprogram and configure. The speed of modern communications has also favored flexible specialization, by making global market data instantly available to a company. ( ) ( )
The most strongly flavored ingredient in this new productive process is the willingness to let shifting demands of the outside world determine the inside structure of institutions. All these elements of responsiveness make for an acceptance of decisive, disruptive change.
( ) ( )
Time’s arrow is broken; it has no trajectory in a continually reengineered, routine-hating, short-term political economy. People feel the lack of sustained human relations and durable purposes.”

Richard Sennett (1998:52,98): The Corrosion of Character

Lectuur:

Aristoteles (384-322 BC) (2012/1986): Poëtica / Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep / ISBN 978 90 253 0207 8 (vertaling: N. van der Ben en J.M. Bremer)

Grieks – Engelse uitgave: S.H. Butcher (1951): Aristotle’s Theory of Poetry and Fine Art / New York: Dover / ISBN 0-486-20042-6

Voor de teleologische drive en het richtingzekere momentum dat dit Europa-project zo node ontbeert, zie o.a. de Nicomacheasche ethiek

Zygmunt Bauman (2003): Liquid Love. On the Frailty of Human Bonds / Cambridge, Oxford, etc.: Polity Press – Blackwell / ISBN 0-7456-2489-8 (pbk)

Peter Schwartz’ stuk staat in Leonard Peikoff – editor (1989): The Voice of Reason. Essays in Objectivist Thought van Ayn Rand / New York, London etc.: Penguin – Meridian Books / ISBN 0-452-01046-2. Libertarianism: The Perversion of Liberty staat op p. 311-333.
Het gaat om een sterk verkorte versie van een artikel uit 1985, dat werd gepubliceerd in The Intellectual Activist.

Richard Sennett (1998): The Corrosion of Character. The Personal Consquences of Work in the New Capitalism / New York, London: W.W. Norton & Company / ISBN 0-393-31987-3 (pbk)

Richard Sennett (2003): Respect in a World of Inequality / New York, London: W.W. Norton & Company / ISBN 0-393-32537-7 (pbk)

Richard Sennett (2009/2008): The Craftsman / London, New York etc.: Penguin / ISBN 978-0-141-02209-3 (pbk)

# P.S. #

Zie Susan Watkins (editor of New Left Review) over het “project Europa” in de laatste London Review of Books No. 16 – 29 August 2013, pages 17-21

Citaat uit haar (review-)artikel Vanity and Venality (= ijdelheid/verwatenheid/hier ook: grootheidswaan en de vatbaarheid voor corruptie/omkoping/morele kwetsbaarheid):

“A single currency might have worked for the core group of closely aligned economies – France, Germany, the Benelux countries – envisaged in the Werner Plan. Instead, the architecture of the Eurozone, concocted in response to the fall of the Berlin Wall, became fatally entangled with the project of EU enlargement.
As it took shape from the mid-1990s, the single currency became available to any country that could claim to meet the minimal convergence criteria, in a spirit of geopolitical expansionism strongly backed by Washington and London. The result, as the vanity of the leading continental powers combined with the venality of the smaller ones, was a heterogeneous group of 17 economies, with divergent dynamics, tied to a uniform exchange rate and enjoying a shared credit rating.
Rather than helping them converge, the common currency exacerbated the underlying differences between them. Domestic manufacturing in the Mediterranean countries was squeezed by Chinese imports at the lower end – textiles, ceramics, leather goods – while German companies gained an increasing market share at the upper end: cars, chemicals, machinery. At the same time, the easy credit of the globalisation bubble created the illusion that Europe was equalising upwards, as southern consumption was fuelled by northern banks’ cross-border lending.”

(bijgevoegd op 22 aug. 2013)

Read Full Post »

door Jerry Mager
gepost op dinsdag 7 mei 2013

“I have always found the word ‘Europe’ on the lips of those who wanted something from others which they dared not demand in their own names!”

German Chancellor Otto von Bismarck, 1880

“One basic formula for understanding the Community is this: ‘Take five broken empires, add the sixth one later, and make one big neo-colonial empire out of it all.’”

Professor Johan Galtung, Norwegian sociologist, “The European Community, a Superpower in the Making”, 1973, p. 16

Lord Nigel Lawson, zes jaar minister van financiën onder Margaret Thatcher, is van mening dat Groot Brittannië het zinkende schip moet verlaten en uit de EU moet stappen.
Lawson legt de vinger op de zere plek: de EU na invoering van de muntunie, is niet langer die EU waar Engeland ooit lid van werd: “The heart of the matter is that the very nature of the European Union, and of this country’s relationship with it, has fundamentally changed after the coming into being of the European monetary union and the creation of the eurozone, of which – quite rightly – we are not a part.” Strikt genomen is de naam EU ook niet van toepassing op Engeland, Denemarken en Zweden, wanneer de EU synoniem wordt gedacht aan de EMU, de Europese monetaire unie met de euro als munteenheid. Lawson wil eigenlijk voorkomen dat GB straks de EMU wordt ingerommeld. Engelands optreden zal door Denemarken en Zweden met argusogen worden gevolgd.

Lawson stemde in 1975 vóór toetreding tot de Europese Gemeenschappelijke Markt (European Common Market), zoals de EU in 1975 heette, maar zegt dat hij in 2017 voor uittreden uit de EU zal stemmen.
Lawson: “You do not need to be within the single market to be able to export to the European Union, as we see from the wide range of goods on our shelves every day.” Lawson is van mening dat Engelands uittreden uit de EU: “Far from hitting business hard, it would instead be a wake-up call for those who had been too content in “the warm embrace of the European single market” when the great export opportunities lay in the developing world, particularly Asia. “Over the past decade, UK exports to the EU have risen in cash terms by some 40%. Over the same period, exports to the EU from those outside it have risen by 75%,” he added.”
Lawson is ook afkerig van de Brusselse regelzucht, die hij toespitst op de recente plannen om een financiële transactiebelasting (een soort Tobin-tax) in te voeren: “ Withdrawing from the EU would also save the City of London from a “frenzy of regulatory activism”, such as the financial transactions tax that Brussels is seeking to impose.”

Nigel Lawson speelt de kaart van de ‘ financial transaction tax’ intelligent uit en met een goed gevoel voor timing, immers: de financiële jongens die de huidige Britse regering stevig aan een touwtje hebben, zullen ongetwijfeld gevoelig zijn voor dergelijke argumenten, die rechtstreeks aan hun belangen raken. Voor hen is het idealistische idee van een Verenigd Europa, waarin alle Menschen Brüder sind und werden, vooral een marketing middel voor de massa’s. Het toekennen van de Nobelprijs aan de EU past daar wonderwel in. Wat we precies onder Europa dienen te verstaan, is tot op de dag van vandaag niet duidelijk. Lawson is in ieder geval van mening dat Europese superstaat (een Grossmacht) niets voor de Britten is.

De Europese Economische Gemeenschap (EEG),
opgericht op 1 januari 1958, bood het platform voor eenwording via een gemeenschappelijke, interne markt. Die formule was zeer geschikt om de pluralistische Europese naties en culturen geleidelijk aan samenwerking te laten wennen. Allengs zouden de voordelen – misschien zelfs het inzicht van de nóódzaak –om te komen tot een meeromvattender politiek-fiscale unie, ingang hebben kunnen vinden. Helaas echter houden politici er eigen ambitieuze agenda’s op na en koesteren zij voor zichzelf carrière-plannen. Dit nog afgezien van de middelmatige kwaliteiten bij menigeen die het in de Brusselse Europa-snoepwinkel op de een of andere manier voor het zeggen hebben.

Op de invoering van een eenheidsmunt, de euro op 1 januari 2002 in twaalf landen van de Europese Unie rustte van meet af een zware risico-hypotheek. De muntunie had ingebakken constructiefouten waarvan de onmogelijkheid van (tijdelijk) uittreden van een lid misschien de voornaamste was. Een duidelijk teken aan de wand van de ieder-voor-zich-mentaliteit was de schending van het stabiliteitspact door grote lidstaten. Het vertrouwen in de euro kreeg een gevoelig klap. Daarna is het eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan.
Met lede ogen moeten voorstanders van een verenigd Europa (een langetermijn onderneming) aanzien hoe de weerzin groeit tegen het Europa-project zoals dat ons door de strot wordt geduwd.

“There is no such thing as society”
Twee punten van aandacht bij de uitlatingen en het voornemen van Nigel Lawson:
1) Lord Lawson was minister van Financiën onder Margaret Thatcher en van mevrouw Thatcher stamt de uitspraak die zij in Women’s Own magazine (31 october 1987) deed: “there is no such thing as society. There are individual men and women, and there are families.” Dus zeker ook geen grote Europese eenheidssociety, waar de zwakke broeders door de anderen op sleeptouw móeten worden genomen – niemand kan immers uitstappen;
2) in Engeland fungeert het recht vooral op basis van jurisprudentie, gewoonterecht en statutair recht. Dit in tegenstelling tot de meeste Europese landen die het recht op schrift stellen, in wetboeken vastleggen. Centraal opgelegde wetten zijn de Britten wezensvreemd. Vandaar die uithaal van Lawson naar Brussel als centrum van “frenzy of regulatory activism”.

cultuurverschillen
Dergelijke wezenlijke endogene cultuurverschillen als die tussen Groot Brittannië en het Europese continent, gelden mutatis mutandis even hard voor de andere eurolanden onderling, zoals steeds opnieuw blijkt.

kwaliteit van de politici
De shock-tactiek van de invoering van een euro als eenheidsmunt (voor-het-blok-zetten), dient in toenemende mate het maskeren van de povere politiek-bestuurlijke kwaliteiten van de eurocraten. Hoge kwaliteit, met inbegrip van morele integriteit, is echter een sine qua non. Een onzalige paradoxale situatie, die weinig hoop op voorspoedige ontwikkelingen biedt. Nu worden alle mislukking en tegenslag soepel en makkelijk op externe en oncontroleerbare fenomenen geschoven – zoals de financiële crises en de Aziatische dreiging als noodzaak om de muntunie overeind te houden – en blijven de politici met hun verantwoordelijkheid voor gebrek aan visie en incompetent handelen, buiten schot.

vaagheid en nevelen zijn troef
De ingebakken systeemfouten van de euro-muntunie draineren ons structureel. Wie er precies van al die weglekkende en verdampende miljarden aan belastinggelden profiteren, blijft in nevelen gehuld. Niemand schijnt nog te weten wat er wanneer en waarom nu weer “gered” dient te worden. Net als bij de aanstellingen en benoemingen van allerlei “eurocraten” op lucratief gesalarieerde posten, is intransparantie ook hier troef.

De Engelsen zien de bui hangen, ze trekken hun Wellingtons aan en steken hun umbrella’s op. Dat is beter dan blijven hozen en straks misschien het zwemvest aan moeten trekken. Zij hebben dat vreemd gewrochte gedrocht dat de Europese Unie intussen is geworden vermoedelijk minder hard nodig dan andersom.

Read Full Post »

“Het snelste groene licht”,
column van Joris Luyendijk in De Standaard van donderdag 28 februari 2013

# ingekorte versie, zie De Standaard

Vandaag heb ik het over de ervaringen van één radertje in een van de vele kolossale klokken die samen de mondiale financiële sector vormen. Ze werkte twintig jaar bij allerlei grote banken, zowel in Londen als in Azië. Terugblikkend zegt ze: ‘Je denkt er op dat moment gewoon niet over na. Je bent jong, je bent gretig. Pas nu besef ik, ja, die producten werden natuurlijk gebruikt om belastingen te ontwijken, of zelfs te ontduiken. Destijds keek je niet verder dan de volgende stapel papierwerk.’ Ze stelde de documenten op die nodig waren voor deals in derivaten met aandelen, de zogeheten equity derivatives .
Bij standaardproducten moest ze vooral alles nalopen en controleren. ‘Het zijn juridische documenten, dus alles moet heel precies.’ Bij ‘exotische’, op maat gemaakte instrumenten moest ze ook onderhandelen met klanten over de precieze bewoordingen van de bijgaande documentatie. ‘Als je dan geen antwoord kreeg, en er ook niet werd verteld waarom niet, dan was dat heel frustrerend.’ Een echte kantoorbaan. ( ) ( ) Documentatie werd uiteindelijk erg monotoon en ze stapte over naar compliance , intern toezicht. ‘We werden gezien als business breakers , die de sterren ervan weerhouden te scoren.’
Erger vond ze de mentaliteit: mensen keken puur of iets mocht van compliance en achtten zich daarna vrijgesteld van morele overwegingen. ‘Ik heb me daar ook schuldig aan gemaakt’, zegt ze. ‘Complexe equity derivatives zijn vaak heel ambigu. Mag ik iets juridisch wel of niet? We wisten welke interne juristen bij onze bank zuiver in de leer waren, en die ontweken we. We wisten ook welk extern advocatenkantoor meer geneigd was om de dingen te zien zoals wij ze zagen – en wij wilden natuurlijk groen licht. Dus zo ging het. We shopten op zoek naar de meest coulante juristen, en die gaven we onze business. Advocatenkantoren begrepen dat natuurlijk, en je weet hoe partners bij dat soort kantoren in elkaar zitten.’ ( ) ( )
Van meer regels verwacht ze weinig. ‘Het blijft kat en muis. Juristen bedenken altijd manieren om onder regels uit te komen. En omdat veel toezichthouders om de zoveel jaar overstappen naar de andere kant – de zogeheten ‘draaideur’ – lekt kennis hoe dan ook snel weg. Dat vindt ze toch wel verbijsterend, zegt ze. ‘De grote banken, kredietbeoordelaars, toezichthouders of accountantskantoren, allemaal zijn ze over de knie gegaan de afgelopen jaren. Maar de financiële advocatenkantoren zijn totaal de dans ontsprongen.’

* * *

Op 28 februari 2013 omstreeks 11:15, zei Gilbert V.:

Bewijst enkel dat juristen vindingrijker met bestaande wetten omspringen dan wetgever en toezichthouder. Het is natuurlijk ook makkelijker te stropen, dan jachtopziener te spelen.

Op 28 februari 2013 omstreeks 10:56, zei Christian F.:

Hier hebben we de wekelijkse aanval op het kapitalisme weer. Is zo een rubriek niet eerder voor ‘De Morgen’?

Op 28 februari 2013 omstreeks 09:14, zei Bart Haers:

Tja, ze geven dan ook maar gewoon raad, die juristen en handelen niet echt. Althans, zo lijkt het toch. En dat houden juristen ons ook graag voor. We konden het weten, maar verkozen even blind te blijven.

Op 28 februari 2013, zei Jerry Mager in reactie op Gilbert, Christian en Bart:

@ Gilbert, Christian, Bart Haers: Gilbert, de beste jachtopzieners schijnen ooit slimme stropers geweest te zijn – dieven vang je het beste met dieven. Tja, Christian lijkt me over een uiterst voorspelbaar denkraam met vaststaande cognitieve categorieën te beschikken, aan hem zullen de PR-boeren en andere volksverlakkers geen kind hebben, vermoed ik. Bart, u zegt het: juridisch advies is tegenwoordig gewoon een product dat wordt verhandeld, no moral strings attached. Wij zijn primair en integraal consumenten, geen burgers of lidmaten/leden van een samen-leving meer. Als het ‘ze’ echter uitkomt, moeten we plots solidair zijn (met de Grieken, de Bulgaren en de rest; wie hebben daarvan voordeel denkt u?) en moeten op de lange-termijn-toer gaan en aan onze kinderen denken, vanwege de Beschaving en zo. Argumenten en redeneerwijzen zijn ook producten, die je gewoon kunt kopen. Zoals ooit bij sofisten op de agora. Super-sofisme: solidair, met jezelf. Per saldo dus met niemand solidair.

Op 28 februari 2013, zei Jerry Mager:

Het zijn altijd ‘radertjes’ dat was ook Eichmanns favoriete excuus, waarbij hij zelfs Kant als bewijs aanvoerde. Superefficiënt targets halen, dan komen de bonussen automatisch en vanzelf. Super-managers. Achteraf glashard zeggen dat je het niet hebt kunnen overzien en niet kon weten – en ze hebben tot op zekere hoogte nog gelijk ook, dat maakt het des te griezeliger. O ja, en toch zwaar betaald worden, als superdinges. Er wordt alles aan gedaan – middels ons onderwijs vooral – om ons perspectief, het zien van diepte, en fantasie te ontnemen: de eendimensionale mens, die niet verder kijkt dan de volgende snack, het volgende amusementsprogramma op tv, de volgende rel-om-niets in de politiek, en die het denken afgeleerd heeft. Draaideuren (het woord zegt het al: draaien,draaiers) werken gesmeerd: je bent eerst maat bij Goldman Sachs en daarna (of tegelijk, wie zal het zeggen?) word je democratisch benoemd als manager van een land en een EU-bank. Dus, waar hebben we het nog over?

Op 28 februari 2013, zei Jerry Mager:

Erg toevallig, vind ik zojuist in mijn mailbox een wervende advert voor een Masterclass Behavioral Finance over: “Het feilbare denken van beleggers en managers; van de Erasmus academie – behavioral finance.” Hoe krijgt men toch zulke bagger bij elkaar verzonnen, en het is nog veel bizarder dat er steeds weer zoveel personen – op kosten van de zaak of de belastingbetaler – een dure ticket kopen om de kolderieke kul en klinkklare quatsch te aanhoren! “[D]e masterclass Behavioral Finance. Een fascinerend onderwerp dat het traditionele financieel-economische raamwerk verrijkt met de psychologie achter menselijke besluitvorming.” Brrr, wat een naargeestig druilerig dieventaaltje! De grap is natuurlijk dat je bij zo’n meeting gaat netwerken met dumbo’s die dezelfde tunnelvisie op de wereld hebben en hetzelfde garnalenbrein. Er blijkt geen filter in staat om deze banaliteit buiten mijn box te houden. Waarschijnlijk de straf voor zonden uit een vorig leven.

Op 28 februari 2013, zei Jerry Mager:

Het lijkt net alsof Luyendijks personage Radertje zo uit het boek ‘Capital’ van John Lanchester komt gestapt, dat in de laatste New York Review of Books wordt besproken door Michael Lewis: ‘Lanchester has turned himself into one of the world’s great explainers of the financial crisis and its aftermath. He has a gift for taking a reader who knows nothing about a complicated topic and leaving him with the feeling that he knows all about it, or at least everything worth knowing. ( ) I also found myself thinking: the English may finally have decided they have had enough of their experiment with the American financial way of life.’ In hetzelfde nummer van NYRoB bespreekt Jeff Madrick (‘Too Little, Too Late: Why?’) drie boeken over ons financiële systeem en de permanente crisis waarin het verkeert. Helaas is deze laatste review slechts toegankelijk tegen betaling.

PS van Jerry Mager Kathy Mathys heeft al in De Standaard van 23 juli 2012 (Writerskitchen) John Lanchester geïnterviewd over o.a. zijn nieuwe boek ‘ Kapitaal’: ‘Het rommelt in de Londense City. Alweer. John Lanchester brengt met Kapitaal een roman over geldzucht in de hedendaagse Engelse hoofdstad.’

Op 28 februari 2013, zei Bart Haers in reactie op JM:

Een persoonlijk feit, heet dat in het Vlaams Parlement waarop je sowieso mag antwoorden. Dat van de stroper die de beste boswachter wordt, klopt wel maar is niet het geheel ter zake. Joris Luyendijk heeft het over de rol van advocaten, of liever hoog gespecialiseerde juristen die geacht worden de wet te respecteren, maar die zeer oprekken waardoor de interpretatie van de wet tot onwettelijkheid lijkt te leiden. Juristen zullen mij hierop aanspreken, maar het probleem is dat in het verhaal de juristen adviezen geven maar die niet altijd getoetst worden door de rechter. Dat dit bedrijven in gevaar kan brengen is gebleken uit de raid op de ABN AMRO. De gevolgen kennen we, maar aan het einde van de rit kan men niet zeggen dat er geen solidariteit was, maar niet met de burgers. En dat is het punt, dat we in de huidige marktsamenleving burgerschap ondergeschikt is aan consument zijn.

Op 01 maart 2013, zei Jerry Mager in reactie op BH:

@ Bart, ik treed u helemaal bij. U kent waarschijnlijk Ben Barbers boek ‘De infantiele consument’ al, maar ik geef de titel voor degenen die het nog niet kennen, of even vergeten waren. In combi met Sheldon Wolins: ‘Democracy Incorporated: Managed Democracy and the Specter of Inverted Totalitarianism’ zou het op het verplichte curriculum van iedere student politicologie en jura moeten prijken – eigenlijk moet iedereen met een gewone algemene ontwikkeling zulke boeken gewoon lezen. Juristen verworden steeds meer tot producenten van lege termen in een jargon dat voor een buitenstaander – en dat zijn de meesten inclusief de ‘toezichthouders’ – hermetisch is. Voor die juristen zelf ook, omdat ze de draagwijdte en gevolgen van hun handelen niet kunnen inschatten of overzien. Daarom zijn goed literatuur- en geschiedenisonderwijs zo belangrijk. In de onderwijsdiscussies is dat echter een vele malen gepasseerd station. Een vak als Romeins Recht bijv. is bij de jurastudie nagenoeg uitgekleed.

Read Full Post »

Keuze voor verleden of voor toekomst?
Jean-Luc Dehaene in De Standaard van zaterdag 09 februari 2013

De Europese lidstaten weigeren de nodige middelen vrij te maken voor een toekomstgericht Europees beleid, zegt Jean-Luc Dehaene . Ze halen zo de Europese doelstellingen onderuit die ze zelf hebben vooropgesteld. Een geval van verregaande politieke schizofrenie?
* * *

Met veel ambitie keurde de Europese Raad in 2010 het plan ‘Europa 2020′ van de Europese Commissie goed om door onderzoek, innovatie en infrastructuurwerken de groei in de EU te stimuleren. Twee jaar later werd het ‘Pact voor Groei en Tewerkstelling’ goedgekeurd. Beide plannen willen door een gezamenlijke Europese aanpak een meerwaarde bieden ten opzichte van 27 nationale plannen.
Diezelfde Europese Raad geeft echter niet thuis als daarvoor middelen moeten worden vrijgemaakt. Gisteren werkte de Raad aan een begroting voor de komende zeven jaar (2014-2020). Het plafond van 960 miljard ligt meer dan 80 miljard lager dan wat de Commissie had voorgesteld en is een terugval op het uitgavenniveau van 2007.
Als argument voor de verlaging van de EU-uitgaven wordt verwezen naar de besparingen die de lidstaten moeten doorvoeren. Dat argument lijkt steek te houden, ware het niet dat de uitgaven van de Unie de laatste jaren al veel minder snel groeiden dan de nationale uitgaven. Ook heeft geen enkele lidstaat zijn uitgavenniveau verlaagd, terwijl het net dat is wat de Europese Raad van de EU vraagt, en dan nog wel voor zeven jaar.
Om alle landen over de brug te krijgen, wordt bovendien weinig of niet geraakt aan de fondsen voor landbouw en hulpbehoevende regio’s, die samen meer dan 70 procent van de Europese uitgaven vertegenwoordigen. Vergeleken met het voorstel van de Commissie wordt vooral gesnoeid in het budget voor research, innovatie en investeringen en het geld bestemd voor de nieuwe bevoegdheden (zoals gemeenschappelijk buitenlands beleid). Er wordt dus gekozen voor een aanpak die eerder op het verleden dan op de toekomst gericht is.

Eigen Europese middelen
De neerwaartse druk op de Europese uitgaven vanuit de lidstaten vindt zijn oorsprong in de financieringswijze van de EU-begroting. Die gebeurt grotendeels vanuit de nationale begrotingen. waar ze geboekt worden als uitgaven. Als de nationale begrotingen onder druk staan, is een lagere bijdrage aan de EU een besparing.
Het is ooit anders geweest. Tot midden de jaren tachtig werd de Unie gefinancierd door eigen middelen, voornamelijk via de douanerechten die rechtstreeks aan de EU toekwamen. Omdat de douanetarieven verlaagden, verminderde de opbrengst snel. Er moest dus uitgekeken worden naar andere inkomsten. In 1988 werd beslist de douanerechten aan te vullen met bijdragen uit de nationale begrotingen. Ondertussen zijn die bijdragen uitgegroeid tot de belangrijkste inkomstenbron van de EU (68 procent), en dit volledig in tegenstelling tot het Europese Verdrag, dat voorschrijft dat de Europese begroting moet worden gefinancierd met eigen inkomsten.

Vooral de grote lidstaten gijzelen de EU met een financiering vanuit de nationale begrotingen. Door de uitgavenplafonds te verlagen, versmachten ze Europa financieel.

Slechts één remedie kan heil brengen: de EU moet opnieuw haar eigen inkomsten hebben, bijvoorbeeld afkomstig uit een financiële transactietaks of milieuheffingen. Met eigen inkomsten wordt ook de eigen financiële verantwoordelijkheid van de EU benadrukt. Het voordeel zit hem niet zozeer in grotere uitgaven, maar wel in een gegarandeerde financiering, los van de nationale begrotingen. Ook de nationale begrotingen zullen er bij winnen omdat ze hun EU-bijdragen grotendeels zullen kunnen schrappen. Het is een win-winsituatie.

Grotere flexibiliteit
Het Europees Parlement heeft in het debat over de meerjarenbegroting altijd een consequente houding aangenomen:
1) Het uitgavenplafond moet voldoende hoog zijn om de doelstellingen van Europa 2020 te kunnen financieren.
2) De betalingen moeten de vastleggingen volgen. Het Verdrag laat geen Europese deficit toe.
3) Het is onzinnig een plafond vast te leggen voor zeven jaar; een dwingende halftijdse herziening moet worden voorzien.
4) Er moet een grotere flexibiliteit worden ingebouwd. Het moet mogelijk worden om verschuivingen door te voeren tussen rubrieken binnen de begroting als er overschotten zijn. Binnen de Raad moet dit bij meerderheid worden beslist.
5) Het Europees Parlement en de Raad moeten zich politiek engageren om binnen een af te spreken tijdsbestek de EU-begroting opnieuw met eigen middelen te financieren.

Beter geen dan een slecht akkoord
De besluiten van de Europese Raad zijn hopelijk maar een basis voor onderhandeling. Er is immers maar een akkoord als ook het Europees Parlement zijn goedkeuring geeft. Zoals de zaken er nu voorstaan, heeft de Raad onvoldoende rekening gehouden met de voorwaarden van het Parlement. Hopelijk heeft de Raad voldoende onderhandelingsmarge overgehouden, zo niet wordt een akkoord moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk.
Het Europees Parlement zal niet toelaten dat de EU financieel versmacht wordt. Temeer omdat het huidige Parlement zo het nieuw verkozen Parlement en de nieuw benoemde Commissie in 2014 voor schut zou zetten. Zonder aanpassingen zou voor het Europees Parlement daarom de beste optie kunnen zijn om een paar jaar te werken met jaarlijkse begrotingen, uitgaande van het uitgavenpeil van 2013. Zo krijgen het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Commissie de kans een beter plan op te stellen in een hopelijk betere economische context.

= = =

Wie is Jean-Luc Dehaene? Europarlementslid, ondervoorzitter van de begrotingscommissie

Wat beweert Dehaene hier? De besluiten van de Raad dreigen de EU financieel te versmachten, en dat wil het Europees Parlement niet toestaan.

REACTIES

Op 10 februari 2013, zei Jerry Mager:

1/5 De strekking van Jean-Luc Dehaenes (JLD) betoog – meer geld, dus meer ‘macht’ – voor ‘zijn’ begroting vind ik treffend geïllustreerd aan een alinea als: ‘ … wordt vooral gesnoeid in het budget voor research, innovatie en investeringen en het geld bestemd voor de nieuwe bevoegdheden (zoals gemeenschappelijk buitenlands beleid).’ Ik lees bij JLD vooral: gerichtheid op instrumentele zaken en het belang van de eurocratie (van ‘buitenlands beleid’ kun je zoveel produceren als je wilt). De Economist van 02-08 febr. houdt ons in een Special de Scandinavische landen (Economist: ‘Nordic countries’) ten voorbeeld en vertelt ons dat daar vooral andersoortige investeringen worden gepleegd, nl. in mensen: ‘The Nordics are continuing to introduce structural reforms … And they are doing all this without sacrificing what makes the Nordic model so valuable: the ability to invest in human capital and protect people from disruptions that are part of the capitalist system’.

2/5 Economen die zich verbazen over de recente successen van de Scandinavische landen, niettegenstaande hun omvangrijke overheidsapparaten, dienen van de Economist ook de immateriële aspecten in hun berekeningen betrekken, zoals: ‘the benefits of honesty and efficiency’. De Zweed Lars Tragardh ‘has a useful frase to describe this mentality: “statist individualism” ‘. De Economist toont in de paragraaf ‘The secret of their success’ (pp. 15-16) twee tabellen, per 2012: een index-ranking op 6 dimensies, en een staatje dat de ‘Public trust in institutions’ laat zien. In de eerste tabel staat Nederland op plek 9 (GB op 13 en de BRD op 14), België staat er helaas niet vermeld. Misschien vanwege ‘de!’ controverse ?? Waar het gaat om vertrouwen in instituten komt de EU op zo’n 32% van de bevolking die zegt vertrouwen te hebben (‘tend to trust’) in instituties. Finland staat top, met liefst bijna 60% van zijn populatie.

3/5 Economist: een hoog niveau aan vertrouwen resulteert in lage transactiekosten. ‘Trust means that high-quality people join the civil service. Citizens pay their taxes and play by the rules. Government decisions are widely accepted.’ Toch doe je er goed aan steeds te bedenken dat het the Economist blijft. Hilarisch vind ik de kritiek na de loftuiting aan het adres van Noorwegen ( p. 14) vanwege de politieke lange-termijn-visie die in 1990 zorgt voor het installeren van een ‘sovereign wealth fund … to prepare the country for a post-oil future and to prevent deindustrialization’. Maar dan de kritiek: het fonds is te omvangrijk en het opereert te vrijblijvend, want …. ‘it was slow to exploit te opportunities of the 2007-08 financial crisis’ en ook wordt het fonds volgens de Economist gehinderd door ‘its penchant for blacklisting offending companies’. Zo kennen we the Economist tenminste weer.

4/5 Niet dat ik meneer Dehaene als persoon wil afkammen, want ik vermoed dat hij tenminste deels opereert vanuit een oprechtheid, die voortkomt uit een overtuiging die men automatisch aankweekt wanneer men lang in een zelfde biotoop verkeert, in dit geval de kaasstolpen van allerlei EU-vestigingen met kunstmatig klimaat en licht. (Daarvóór vertoefde JLD in gouvernementele regionen, dus weinig anders) Men spreekt dan immers voortdurend lieden met eensluidende belangen – ze hangen tenslotte allemaal aan dezelfde vette Brusselse tiet – en ideeën, in dezelfde restaurants, grand- cafés etcetera, en dus zal groupthink er eerder regel dan uitzondering zijn, want het zijn ook maar mensen van vlees en bloed – al menen velen van hun ongetwijfeld dat ze als halfgoden of heroën (een enkeling waant zich misschien zelfs een godje, wie weet) ver boven het voetvolk zijn verheven en vanzelfsprekend recht kunnen doen gelden op nectar en ambrozijn terwijl ze ons liefst op water en brood zetten.

5/5 Tot slot Karl Popper, die zich geen illusies meer maakte over de kwaliteit van bestuurders, regeerders en andere CEO’s, maar pleit om tenminste onze instituties zo in te richten dat blunderende bestuurders zo min mogelijk schade kunnen aanrichten: ‘I am inclined to think that rulers have rarely been above the average, either morally or intellectually, and often below it. It appears to me madness to base all our political efforts upon the faint hope that we shall be successful in obtaining excellent, or even competent, rulers. [I]t forces us to replace the question: Who should rule? by the new question: How can we so organize political institutions that bad or incompetent rulers can be prevented from doing too much damage? ‘ In: The Open Society and Its Enemies (vol.I). Als de EU net zo labyrintisch systeem-achtig wordt als de banken, dan kunnen we onze lol op met ‘systeemfouten’ en too- big- to-fail-achtige miseries. We krijgen me dunkt nu al wrange voorproefjes genoeg.

Read Full Post »

De nuttige luis in de pels
door Ian Buruma in De Standaard van vrijdag 08 februari 2013

Wordt in Groot-Brittannië mogelijk de vraag gesteld of de Britten wel tot Europa willen behoren, dan klinkt ook in Europa de vraag of ze de Britten er wel bij willen. Ian Buruma knikt alvast van wel: de kritiek van over het Kanaal is een broodnodige vertolking van de weerstand tegen de EU-planners.

# ingekorte versie – zie DS voor volledige tekst

Veel mensen in het Verenigd Koninkrijk vinden dat hun land de Europese Unie nergens voor nodig heeft. Leden van de UK Independence Party en ook een heleboel eurosceptische Conservatieven denken zelfs dat Groot-Brittannië het op eigen houtje beter zou doen. Zij dromen van Groot-Brittannië als een soort Singapore van het Westen, een commercieel machtscentrum dat uit de Londense City zou worden bestuurd.
( )
Wil Europa de Britten wel?
Maar er is ook een andere vraag: hoeveel Europeanen willen dat Groot-Brittannië in de EU blijft? Het antwoord hangt gedeeltelijk af van de nationaliteit. De kleinere noordelijke landen, zoals Nederland, hebben Groot-Brittannië altijd bij de club gewild. Zonder de Britten zouden ze immers naar de pijpen van Frankrijk en nog meer naar die van Duitsland moeten dansen. Maar naarmate de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vervaagt, voelen meer en meer mensen in Nederland en Scandinavië zich behaaglijk onder de machtige Duitse vleugels. Toch zou Duitsland zelf zijn Britse partner liefst behouden, om niet alleen te staan tegen de landen van de Middellandse Zee. Cultuur blijft belangrijk. En de Duitsers hebben veel met de Britten gemeen, meer dan met de Grieken of zelfs de Italianen. ( )
Maar cultuur en nationaliteit of zelfs gaullistisch chauvinisme kunnen niet alles verklaren. De pro- of anti-Britse gevoelens in Europa hebben een sterke politieke dimensie. De Fransen die verklaarden dat ze Groot-Brittannië graag uit de EU zouden zien vertrekken, waren grotendeels links, terwijl veel mensen die het tegendeel vonden veeleer rechts waren. Het waarom is niet helemaal duidelijk, maar heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat je aan de rechterzijde ook neoliberalen vindt, die de Britse visie op de bedrijfswereld en de vrije handel delen.

Het eenheidsideaal van Monnet
Zoals al hun geestesgenoten zijn de Franse linksen voorstanders van een grote mate van staatscontrole over de economie en van technocratische in plaats van liberale oplossingen voor sociale en economische problemen. ()Monnet en de andere Europese technocraten waren geen tegenstanders van democratie maar leken er in hun ijver om de natiestaten van Europa te verenigen vaak weinig oog voor te hebben. De Eurocraten wisten wat het beste was voor de burgers van Europa. Ze wisten wat er moest gebeuren. Te veel publiek debat, te veel inmenging van de burgers en hun politieke vertegenwoordigers, dat zou alles alleen maar vertragen. Vandaar de typische EU-taal over ‘niet te stoppen treinen’ en ‘onomkeerbare beslissingen’. De burgers worden niet verondersteld de wijsheid van de grote planners in twijfel te trekken.
( )
Zandkorrel in de EU-machine
Toch zou het fout zijn de Britse twijfels over het Europese eenheidsstreven te negeren. ()De Britse weerstand tegen grootse Europese plannen is de democratische zandkorrel in een machinerie die – met de beste bedoelingen- autoritair zou kunnen worden. Hij moet het noodzakelijke tegengewicht vormen voor het utopisme van de technocraten.( ) Daarom heeft Europa het Verenigd Koninkrijk nodig: niet als een offshore financieel en handelscentrum, maar als een lastige, kritische en koppig democratische partner.

* * *

Wie is Ian Buruma? Doceert democratie, mensenrechten en journalistiek aan Bard College.

Wat beweert Buruma? De Britse twijfels hebben hun nut. Het doet de democratie geen kwaad dat af en toe iemand dwars op de sporen gaat liggen van de ‘onstopbare trein’ Europa.

REACTIES

Op 08 februari 2013, zei Jerry Mager :

Zand in de raderen is geen bijster constructieve rol. Typerend voor het project Europa, deze functieomschrijving. De keuze die IB biedt lijkt op een keuze tussen drie soorten muziek: Brits, Duits of Frans pijpen – de Schotse doedelzak blijft buiten gehoor, hoewel daar toch de meeste pijpen mee gemoeid zijn. Wie garandeert dat Britse Eurocraten minder Eurocratisch zullen worden dan die andere landslui? Hun ingebakken xenofobie, chauvinisme en aangeboren nationalisme misschien? Zijn dat begerenswaardige eigenschappen om een Europa mee te stichten? Eurocratisch op z’n Brits, maar vooral Eurocratisch, want zodra de lui in Brussel zitten, of daaruit hun (lucratieve) inkomens hoofdzakelijk trekken, zijn ze “Europeaan”, ongeacht hun herkomst. Buruma’s speculaties over de respectieve volksaarden zijn onderhoudend om te lezen, maar ik houd het vooralsnog op eigenbelang en hebzucht als universele motivatie. Ik ben vóór Europa, but easy does it, doucement und immer mit der Ruhe, dozo arrigato.

Op 08 februari 2013, zei Jerry Mager:

P.S. De spoor-metafoor wint almaar aan actualiteit en prangend belang, gezien de ‘ontsporingen’ in België en Nederland waar het onze sporen betreft – en niet alleen onze spoorwegen. Ooit deed een anecdote opgeld over een Brits persoon die zelfmoord wilde plegen door zich aan een Britse spoorrails vast te ketenen. De clou was dat ze inderdaad omkwam, maar van honger, want er kwam geen trein voorbij. Met die voortdenderende Eurotrein (elke maand van Straatsburg naar Brussel en vice versa, tegen absurde kosten, dat motiveert óók! ) moeten we uitkijken dat we niet geheel ongewild aan dat naargeestige spoor vastgeketend raken. British Rail verdient dan inderdaad de voorkeur. Voor hoe lang nog, want Nederlandse NS-managers zijn naar verluidt al koortsachtig actief op die ‘markt’. Laat ze toch in vredesnaam eerst thuis eens alles op de rails krijgen, hebben en houden.

Op 08 februari 2013 omstreeks 08:20, zei Eddy Verhaeghe:

Buruma slaat nagels met koppen. Er moet dringend wat gedaan aan de democratische legitimatie van het Europese bouwwerk (de Europeanen moeten meer betrokken worden bij de besluitvorming, ev. via referenda). Er moet dringend nagedacht worden over de manier waarop aan de verbreding (denk o.a. aan de toetreding van nieuwe lidstaten) & de verdieping (zie o.a de ondoordachte invoering van de €) van de EU gewerkt wordt. Het utopisme van Europese politici en het Europese technocratische & bureaucratische apparaat zijn o.a. mede zoniet de hoofdoorzaken van het debacle met de €. Er moet opgehouden worden met het de bevolking schrik aanjagen als een of ander nieuwe stap ‘voorwaarts’ niet willens nillens aanvaard wordt. Zelfs het einde van de € hoeft niet het einde van de EU te worden. Last but not least kan het niet dat wie voor Europa werkt dat quasi belastingsvrij & aan hogere weddes dan in vergelijkbare functies kan doen. Europese Mandarijnen & apparatchiks zijn maar burgers zoals wij.

Op 08 februari 2013 omstreeks 10:41, zei Gilbert Haelewyn:

Wanneer politici niet in staat zijn om bepaalde toestanden in te schatten,ondanks ze een leger van adviseurs tot hun beschikking hebben,hoe wilt u dan,dat een gewone burger langs een referendum zegt,welke beslissingen er dienen genomen worden.Niet iedereen is een fiscaal of sociaal specialist.Bij een referendum zullen er voor-en tegenstanders zijn,dikwijls naargelang hun eigen positie.Die zullen dan van uit hun machtspositie de gewone burger bewerken met ‘populistische’ slogans.

Read Full Post »