Feeds:
Posts
Comments

Posts Tagged ‘Amitai Etzioni’

door Jerry Mager
(maandag 1 juli 2013 – maandag 8 juli 2013 )

Which evil you tolerate depends on which good you pursue
Richard Sennett (1998:55) in The corrosion of character

An organized deception provides a clear relation to frame for the organizer but not for those who are contained. ( ) When the individual is contained by others or by himself, his consequent misalignment to the facts is likely to last longer than in the case of simple misframings, sometimes a lifetime.
Erving Goffman (1976:338) in Frame Analysis

Control over access is decisive, and, when consolidated, will carry control over preferential treatment in distribution with it: that is, will shift ownership unambiguously to the new controlling, a new dominant, class. Here we see … the mechanism of the managerial revolution.
James Burnham (1944:90) in The Managerial Revolution

It is natural but wrong to assume that the results of corruption are always bad and important
Colin Leys (2002:65) in What is the problem about corruption?

De universitaire ladenlichter Diederik Stapel is een eigentijdse postmoderne held. Hij is beroemd en krijgt alle gelegenheid daar klinkende munt uit te slaan. Tegenwoordig loont fraude in de wetenschappelijke biotoop ook, vooral wanneer het op lepe wijze wordt ge-framed, ge-market en ge-merchandised. Dat Stapel een oplichter is, betekent juist meerwaarde, hij heeft het tot zijn handelsmerk verheven en verdient er grof geld mee. Geld is het enige dat telt in de moderne wereld van de woordkramers, wonderdokters, taalverkrachters en andere beunhazen.
Stapel is een BN’er geworden die zijn naamsbekendheid grondig uitbaat en in klinkende munt omzet. Zijn ontmaskering als fraudeur maakt wezenlijk onderdeel uit van zijn act. Het is een keurmerk: authentieke boef, gewaarmerkte booswicht. Stapel heeft het academische systeem gretig getild. Hij heeft de smaak van het knollen voor citroenen verkopen stevig te pakken. Hij gaat er gewiekst mee door, in een iets andere vorm, met een ander format, professioneel en op grotere schaal.
Vermoedelijk zijn er vele kruimelfraudeurs actief in de academische wereld. De sfeer en organisatiecultuur zijn er naar. Stapel echter fraudeerde op dermate grove schaal dat het karikaturale proporties kreeg en zich leent tot profijtelijk exhibitionisme. Daarmee scoort de man nu op de Bühne van het vluchtige vertier moeiteloos een dikbelegde boterham. Immers: wie duizend euro steelt, is een deerniswekkende dief, een druiloor die de bak indraait, maar wie triljoenen laat verdampen en daarbij miljarden achteroverdrukt, die wordt op kosten van de gemeenschap in de watten gelegd en onder de bonussen bedolven. Wij betalen collectief gedwee de rekening van deze ziekelijke zotternij, in de vorm van pensioenkortingen en prijsverhogingen.

Wij leven in een tijdperk van naargeestig naakt narcisme. Stapel voelt de tijdgeest feilloos aan, speelt daar handig op in en wordt spectaculair spekkoper. Iedere sneue snob wil de slimme snoodaard in levende lijve zien, hem aanraken en wie weet, misschien nog iets van hem opsteken ook. Een hug van de hufter. Soort zoekt soort. Diederik Stapel is een king size Big-Mac-fraudeur van het universitaire junk food circuit: gewetenloos, geslepen, glad en glimlachend. Sujetten als Stapel werken als een magneet op infame impresario’s. Aasgieren en lijkenpikkers die van harte meeprofiteren van de maatschappelijke misère en morele averij. Ook Stapel heeft zich intussen verzekerd van de diensten van zo’n treurig type. Dat type helpt Diederik-de-deugniet met de framing en het zich presenteren als een moderne Tijl Uilenspiegel die het systeem vrolijk verneukt en daar grif garen bij spint. Stapel stroopt het circuit af en loopt gierend binnen.

Welke eigentijdse, commercieel-denkende, marktgerichte, universiteits-CEO zou Diederik-de-druiloor niet dolgraag inhuren?! Ze staan likkebaardend in de coulissen, te dringen met hun lucratieve contracten. Ze durven er alleen nog niet mee voor de draad te komen, want timing is in deze tak van sport cruciaal. Voor menige onderwijs-impresario, annex universiteit-uitbater, moet Stapel een aantrekkelijke money earner zijn, een begeerlijke asset, want een klantentrekker. Het moet raar lopen wanneer Stapel binnen afzienbare tijd niet opnieuw vol aan de academische bak is. Bijvoorbeeld als excellente ervaringsdeskundoloog in innovatief en winstgevend wetenschappelijk frauderen. Nog even en de eerste ondernemende innovererende universiteit prijst in haar glossy folder openlijk een Masteropleiding Vloeiend, fraai en ferm frauderen aan. Hoofdmanager curriculum: professor dr. Diederik Stapel, eredoctor en veelverdienend feestvarken honoris causa.

Waarom zouden blunderende bankiers en falende toezichthouders wel een gouden toekomst hebben, net als het graaiende gajes van allerlei ondoorzichtige pseudo-geprivatiseerde publieke instellingen die publieke diensten leveren, maar hoogopgeleide frauderende wetenschappers niet? De toezichthouders in Stapels academische wereldje zijn vergelijkbaar met de incompetente bankiers en tukkende toezichthouders van de financiële wereld, inclusief de louche luitjes van rating agencies. Het toptijdschrift Science voorop. Diederik Stapel is een belichaming van het neoliberale winner-takes-all principe. De verliezers zijn uiteindelijk wij, met ons allen. Net zoals wij de dupe zijn van stelende bankiers, graaiende woningcorporatie- en zorgmanagers en die vele andere gesjochte sjoemelaars en diefjesmaten die gretig gebruik maken van de gelegenheid die onze huidige maatschappelijke instituties en structuren bieden. Wij, met ons allen, binden deze filistijnse figuranten op het spek en het schijnt ons niet te deren dat ze zich ongans rauzen.

ramptoerisme en freak shows
Columniste Rosanne
Hertzberger (NRC 15 juni 2013) vertelt vol verbazing: “Ik was laatst op een boekpresentatie waar Diederik Stapel ook was. ( ) Hij was op zijn dooie gemakje komen binnenlopen met schrijver Anton Dautzenberg, en het stomme was: er gebeurde niets. Helemaal niets. ( ) Niemand schreeuwde tegen hem, niemand probeerde hem te laten struikelen, niemand gooide een glas bier in zijn gezicht, niets. ( ) Dat je de boel zo bij elkaar kan liegen en bedriegen, dat je je collega’s, promovendi, studenten en je vakgebied in zijn geheel zoveel schade kan toebrengen en dat je dan nog steeds ongehinderd kan rondwandelen in Nederland, en naar borreltjes kunt gaan en dat je boek dan gewoon een bestseller wordt. ( ) Je zou denken dat zo iemand alles zou kwijt raken. Maar dat is niet zo. Diederik Stapel is nog steeds iemand; een Bekende Nederlander, een persoonlijkheid, een interessant karakter. Mensen vinden het bijzonder om hem in het echt te zien. Je kunt er thuis over vertellen.”

Mevrouw Hertzberger beschrijft een vorm van dat bizarre fenomeen dat ramptoerisme heet, beter nog: een moderne modaliteit van de freakshow (zie noot *1). Het verbijstert haar dat een bewezen notoire oplichter zich doodgemoedereerd tussen het klootjesvolk kan bewegen, dat zich bewonderend lijkt te koesteren in ‘s-mans succes en daar zelfs grif aan bijdraagt. Stapel bedrijft een winstgevende vorm van streaking. De freak als feestvarken. De opgestoken duimen van de bedenker van het bedotcom bedrijf World On Line zullen menigeen nog helder voor de geest staan. De beelden staan op internet. Zo ziet succes er tegenwoordig uit. Het biedt geen apetijtelijke aanblik, maar veel onthutsender is het om te bedenken hoe makkelijk mensen zich laten bedotten en manipuleren wanneer ze op hun hebzucht worden aangesproken. De affaire Ice Save is daarvan een ander sprekend voorbeeld.

In Amerika dompelen de Stapels zich onder in de wereld van de talk shows en het lezingencircuit en zij strijken er giga-gages op. Daar gaan we in Nederland ook naartoe. De optredens van kwalijke kwakzalvers en gesjeesde cliniclowns in veelbekeken praatprogramma’s, onder de schamele smoes van infotainment, zijn daar een voorproefje van.
Wanneer je er even langer bij stilstaat, is Stapel een verpersoonlijking van de alledaagse, banale vorm die kwaad bijna altijd blijkt te hebben. De buitenmodale schade die is ontstaan door de daden van een individu, zijn haast nooit te herleiden op dat individu-in-levende-lijve wanneer het zich aan ons vertoont.
(more…)

Read Full Post »

Patrick Loobuyck in De Standaard van zaterdag 06 april 2013

De Offshoreleaks (DS 5 april) hebben de publieke en politieke verontwaardiging over de praktijken van belastingontwijking en belastingparadijzen naar boven gebracht. Er is vraag naar meer transparantie; allerlei bank- en andere geheimen zouden moeten worden opgeheven en er is nood aan een internationaal doortastend beleid om de gebruikers van perfide fiscale constructies op te sporen en aan te pakken.

De voorbije jaren zijn al een aantal dingen gerealiseerd en er blijkt nog een en ander in de steigers te staan. Het lijkt wel of we in de toekomst naar een vorm van een mondiale big brother evolueren die ons – en vooral de rijken – nauwlettend in het oog heeft zodat we ons netjes aan de fiscale regels van het spel zouden houden.

Daar kunnen kanttekeningen inzake privacy bijgeplaatst worden. Daar moet men inderdaad heel zorgvuldig mee omspringen. Maar de politieke strategie om via externe disciplinering tot het juiste gedrag aan te zetten, is wel zinvol. De overheid kan werken met allerhande sensibiliseringscampagnes, maar vaak is het goed om ook drastischer in te grijpen en mensen door transparantie en controle tot het juiste gedrag te dwingen.

Het juiste gedrag
Politiek is immers niet in de eerste plaats geïnteresseerd in de vraag of mensen het juiste gedrag stellen om de juiste morele redenen. Dat men het juiste gedrag stelt, dat is wat telt. Of in de terminologie die de socioloog Max Weber hanteert in zijn beroemde essay Politik als Beruf (1919): de overheid streeft naar een ‘verantwoordelijkheidsethiek’ op basis van de gevolgen van handelingen; de overheid houdt zich minder bezig met een ‘gezindheidsethiek’ die focust op de morele intenties van waaruit handelingen worden gesteld.

Eind 18de eeuw introduceerde de Britse filosoof Jeremy Bentham daarom het Panopticon in het gevangeniswezen. Het gaat om een cirkelvormig gebouw met in het midden een centraal controlepunt. Doordat alle gevangen de indruk hebben dat ze voortdurend in de gaten worden gehouden, gaan ze zich beter gedragen. De reden waarom de gevangenen zich aan de regels houden, is in zijn opzet niet belangrijk, wel dat er sociale rust is.

Controle werkt disciplinerend en het zou naïef zijn mochten overheden, binnen de grenzen van de grondrechten, zich niet van dit mechanisme bedienen. Mensen die zich anoniem wanen, doen immers rare dingen en lopen uit de pas. Dat is de aard van ons beestje. Zonder trajectcontrole, flitspalen en verkeersdrempels gaan mensen vaak te snel rijden. Of iemand nu uit respect voor de schoolkinderen, dan wel om zijn getunede auto te sparen traag over een verkeersdrempel rijdt, is vanuit het perspectief van de overheid van secundair belang. Wat telt, is de verkeersveiligheid rond de schoolpoort.

Dwingende regels
En hetzelfde geldt inzake belastingen: wie wil dat belastingen betaald worden, moet niet (alleen) sensibiliseren en inzetten op de individuele morele intenties van mensen om solidair te zijn met het systeem. Er is niets mis mee om – met name ook de rijke – mensen te helpen door naar mechanismen te zoeken die hen dwingen om volgens de regels belastingen te betalen. Of ze die van harte betalen of niet is minder belangrijk. Nu natuurlijk nog werk maken van belastingregels die onder meer de lasten op arbeid en kapitaal rechtvaardiger verdelen.

Patrick Loobuyck is hoofddocent levensbeschouwing (UA) 

* * * * *

Op 06 april 2013, zei Jerry Mager:

Sorry, niet controle werkt disciplinerend, maar de sancties op de overtreding en de vrees daarvoor. Die sancties moeten prohibitief zijn en in voorkomende gevallen zonder pardon worden opgelegd. Over sancties lees ik niets. Wanneer bijvoorbeeld de 3%-norm begrotingstekort wordt ‘bewaakt’ met 1,2 miljard boete per jaar, is dat blijkbaar niet effectief, want met die 3% wordt gefoefeld bij het leven. En dan nog iets, aan de hand van een citaat uit Webers tekst: “ Der Verantwortungsethiker … rechnet mit eben jenen durchschnittlichen Defekten der Menschen, …. er fühlt sich nicht in der Lage, die Folgen eigenen Tuns, soweit er sie voraussehen konnte, auf andere abzuwälzen. Er wird sagen: diese Folgen werden meinem Tun zugerechnet.” Twee heel glibberige kernwoorden: ‘durchschnittlich’ en ‘voraussehen’ (voraussehbar). En dan de uitsmijter: belastingregels die lasten ‘ rechtvaardiger’ verdelen? Hoe bereikt u dat ‘ rechtvaardiger’ ? Met ‘Gesinnung’ of met ‘Verantwortung’?

Op 07 april 2013, zei Jerry Mager:

Salve Patrick Loobuyck! Uw betoog aan de hand van deze Weberiaanse begrippen, leunt mij toch te veel tegen operant conditioneren aan en is mijns inziens bevorderlijk voor een berekenende attitude – de calculerende burger, die zich afvraagt: hoeveel zal die overtreding mij opleveren en wat gaat ze kosten? Deze benadering is mij te zwaar economisch angehaucht, vooral het gebruik van pseudo-neutrale concepten uit de economie in de geesteswetenschappen vind ik rampzalig. U hoeft maar naar het gezever over ‘de markt en marktwerking’ te kijken om te zien hoe zot het allemaal is, nochtans is dat pernicieuze koeterwaals inmiddels gangbare verbale pasmunt. Iedereen brabbelt in dat pseudo-taaltje dat niets zegt en nog minder betekent. Bedenk vooral ook dat Weber in een heel andere tijd leefde. Dat maakt zijn conceptuele instrumentarium relatief nuttig en bruikbaar, maar zeker gewenst om te bestuderen.

Ik kwam gisteravond (toevallig!) een boek van Francis Fukuyama tegen (‘The Great Disruption’) en dan natuurlijk vind je in de kast tegelijk Martha Nussbaum (‘Fragility of Goodness’), Amitai Etzioni (‘The Common Good’), Richard Sennett, Zymunt Bauman enzovoorts. Ik besefte: ik ben ge-biased en scheefgegroeid. De koran en bijbel heb ik maar meteen weer naast elkaar op de plank gezet, dat voelt een stuk beter. Terug naar het onmiddellijke onderwerp, met een recent praktijkvoorbeeld uit Ndl.. Een universitair opgeleide (wat zegt dat tegenwoordig nog, nietwaar?) minister besloot onlangs op proef vrije marktwerking voor tandartsen te introduceren . Vooruit was te begrijpen en voorzien, zelfs door amoeben en garnalen, dat zulks nooit zou gaan marcheren. De gevolgen waren meteen desastreus evident. Gelukkig maar, anders zaten alle Ndls. nu aan de pap te mummelen. De maatregel werd dus teruggedraaid. Het kwaad echter, is geschied en kankert voort. Een kwestie van mind set en priming.

 Heus, niet iedere Ndlse tandarts zal gaten in uw gebit boren om een kostbare kroon of peperdure brug te slijten, er zijn nog genoeg bonafide boormansen en -miepen. Maar, zelfs de verleiding om behandelingen in rekening te brengen – vooral bij kinderen en verstandelijk minder weerbaren – die niet zijn verricht, blijft groot en het gebeurt, hoewel daar zo min mogelijk ruchtbaarheid aan wordt gegeven vanwege onrust-onder-de-bevolking. Ik sprak twee weken terug weer zo’n branie-boorder op een feestje die kloeg dat het ondernemen hem werd belet. Maar, je bent toch tandarts? zei ik onschuldig, waarop de brave hals zich ernstig in zijn olijfje verslikte en de acute koliek kreeg. Ik ben gelukkig verzekerd tegen eventuele schadeclaims. De betreffende politieke mevrouw heeft permanente maatschappelijke schade veroorzaakt. Krijgt ze daar een berisping of straf voor? Welnee meneer! Ze is herbenoemd tot minister op hetzelfde

Enkele van mijn kennissen zijn gehuwd met een buitenlandse partner. In die respectieve buitenlanden worden kronen, inlays en implantaten vakkundig geplaatst voor een fractie van de torenhoge bedragen in Ndl. Maar! Hun Ndlse tandartsen wilden die personen niet langer behandelen! Er mankeerde niets aan het buitenlandse vakwerk, vaak integendeel: amelioratie! De vrije marktwerking, meneer! Ik voeg hier onmiddellijk aan toe: ik had jarenlang een tandarts die mij juist stimuleerde mijn kronen in een goedkoop buitenland – in casu Indonesië – te laten zetten. Vakwerk door Ndls opgeleide tandartsen van het oude stempel, tegen een fractie van de prijs die hij moest rekenen. O ja, Max Weber. MW vond een Europese wereldoorlog (sic) waarschijnlijk het grootste gebeuren dat men zich kan indenken. Van kerncentrales wist hij niets, van de euro-zone had hij geen nachtmerries en van toxic assets als massavernietigingswapens (Warren Buffett) op wereldschaal geen slapeloze nachten.

Ik hoef over deze thema’s me dunkt niet uit te weiden om tot mijn retorische slotvraag te geraken: hoe gaan we de verantwoordelijke criminelen pakken en straffen? O ja, de Ndlse bouwfraude. Dat vind ik misschien toch het ‘mooiste’ sluitstuk ter illustratie. Lekker dicht bij huis en nog enigszins te overzien. Herinnert u zich de soap op de tv nog. Ultieme transparantie. En toen? Voornoemde Fukuyama moet u zelf maar lezen, want anders wordt het te lang, bovendien kan FF het veel bondiger uitleggen dan ik. Het is tevens een knipoog naar ‘The Great Transformation’ . Een serieuze tip inzake verantwoordelijkheid voor de gevolgen van uw daden: voor het geval u ooit in Indonesië op het platteland of zelfs in de stad, een kind per ongeluk mocht aanrijden, gaat u er dan zo rap als u kunt vandoor, want u wordt anders terplekke doodgeslagen door de menigte. Ik vermoed dat dit ook geldt voor andere Zuid-Aziatische landen en wellicht ook in Afrika, maar voor Indonesië weet ik het zeker.

Op 07 april 2013,  zei Jerry Mager:

U wordt bijkans op uw wenken bediend, Patrick Loobuyck. Zie het artikel in deze krant over uitlatingen van Crombez (SP.A) en Jambon (N-VA). Maar tja, licenties afpakken van banken? Hoe doe je dat? Een bank is vooral een reïficatie. De poppetjes gaan toch gewoon twee deuren naar rechts of links bij een andere bank verder? En dan den Bart Somers van Mechelen, met zijn ideetje om radicalisering van moslimjongeren tegen te gaan. Nog meer moskeeën meneer Somers? Of niet-gecertificeerde moskeeën sluiten? Wat zal het wezen? Politiekers lijken overal op de wereld uit dezelfde fabriek van dezelfde lopende band te rollen. Bij ons komt PvdA’er Asscher met een inburgeringscontract af. Rik Coolsaet lijkt me een van de weinige nuchtere stemmen: de meesten weten niet waarvoor ze gaan vechten. Precies. Of, jáááháá, om de testosteron en de agressie kwijt te raken, en daarbij een arm, een been, een oog of misschien je leven. In het Europees Parlement kunnen ze tenslotte niet terecht voor een dure job.

* * * * *

Op 08 april 2013, zei Jerry Mager:

@ Patrick Loobuyck, enkele van ‘mijn’ jongelui mailden dat ze uw stuk en mijn reactie daarop willen gebruiken voor onze discussie-werkgroep, overmorgen. Bon, ik ga mij voorbereiden en daarbij wil ik o.a. de brandnieuwe reader van Eliezer Ben Rafael et al. (2103) gebruiken: ‘ The Communal Idea in the 21st Century’ / Leiden, Boston: Brill. Hierin staat een hoofdstuk van Etzioni (pp. 21 – 32), dat volgens mij ook toepasselijk is voor België en Europa als het gaat om gemeenschapsgevoel / community building. Daarom verwittig ik u en de andere lezers. Op p. 29 haalt Etzioni als voorbeelden 1) de VS aan waar de zuidelijke staten meer ontvangen dan ze federaal bijdragen en 2) West Duitsland dat zonder morren transferde naar de ‘new lands, the eastern states’.

De begunstigden worden namelijk gezien als deel van de gemeenschap/community. Daarentegen, aldus Etzioni: ‘ the majority of the EU citizens seem not ready to make such sacrifices on a growing scale. Therefore, here, supranationality has to be delayed until community commitments are enhanced’; een normale gedachtengang voor mij, maar niet voor de euro-craten, daar ergens ver weg in hun kunstmatig-klimaat-kaasstolpen. De eventuele parallel met Vlaanderen – Wallonië – Brussel lijkt mij evident. Daarbij komt nu steeds weer de kwestie van de hoofddoekdraagsters – zie de discussies op de pagina’s van DS. Een geval van ‘collusie’ ( psycho-analyse). Het lijkt erop dat vooral – niet alleen, maar zeker – België grote nood aan community building heeft.

Mijn voorkeur gaat uit naar de aanpak van Etzioni c.s., maar die benadering resulteert niet in snelle, zichtbare, resultaten, laat staan zgn. ‘éclatante successen’. Het lik-op-stuk-beleid dat u lijkt voor te staan (sorry, ik ga kort door de bocht omwille van de duidelijkheid), kan als politiek instrument de indruk van daadracht wekken, maar op den duur toch helaas zeer contraproductief blijken. Veel politiekers zullen waarschijnlijk de voorkeur geven aan snel boven deugdelijk en degelijk. Ja, ja, natuurlijk, behalve de malloten en mafkezen die beweren dat ze beide kunnen leveren. Over Fukuyama’s boek ‘ The Great Disruption’ zijn op internet veel goede besprekingen te lezen. Google bijv. op wesjones.com/fukuyama. Ook Max Weber komt natuurlijk ter sprake. Ik hoop dat de jongelui mijn redeneringen onderuit gaan halen! P.S. Paul de Grauwe geeft zojuist een mening over de bankenkwestie die niét-politiek is, i.t.t. Olli Rehn!

Read Full Post »