Feeds:
Posts
Comments

Archive for May, 2013

door Jerry Mager
gepost op dinsdag 7 mei 2013

“I have always found the word ‘Europe’ on the lips of those who wanted something from others which they dared not demand in their own names!”

German Chancellor Otto von Bismarck, 1880

“One basic formula for understanding the Community is this: ‘Take five broken empires, add the sixth one later, and make one big neo-colonial empire out of it all.’”

Professor Johan Galtung, Norwegian sociologist, “The European Community, a Superpower in the Making”, 1973, p. 16

Lord Nigel Lawson, zes jaar minister van financiën onder Margaret Thatcher, is van mening dat Groot Brittannië het zinkende schip moet verlaten en uit de EU moet stappen.
Lawson legt de vinger op de zere plek: de EU na invoering van de muntunie, is niet langer die EU waar Engeland ooit lid van werd: “The heart of the matter is that the very nature of the European Union, and of this country’s relationship with it, has fundamentally changed after the coming into being of the European monetary union and the creation of the eurozone, of which – quite rightly – we are not a part.” Strikt genomen is de naam EU ook niet van toepassing op Engeland, Denemarken en Zweden, wanneer de EU synoniem wordt gedacht aan de EMU, de Europese monetaire unie met de euro als munteenheid. Lawson wil eigenlijk voorkomen dat GB straks de EMU wordt ingerommeld. Engelands optreden zal door Denemarken en Zweden met argusogen worden gevolgd.

Lawson stemde in 1975 vóór toetreding tot de Europese Gemeenschappelijke Markt (European Common Market), zoals de EU in 1975 heette, maar zegt dat hij in 2017 voor uittreden uit de EU zal stemmen.
Lawson: “You do not need to be within the single market to be able to export to the European Union, as we see from the wide range of goods on our shelves every day.” Lawson is van mening dat Engelands uittreden uit de EU: “Far from hitting business hard, it would instead be a wake-up call for those who had been too content in “the warm embrace of the European single market” when the great export opportunities lay in the developing world, particularly Asia. “Over the past decade, UK exports to the EU have risen in cash terms by some 40%. Over the same period, exports to the EU from those outside it have risen by 75%,” he added.”
Lawson is ook afkerig van de Brusselse regelzucht, die hij toespitst op de recente plannen om een financiële transactiebelasting (een soort Tobin-tax) in te voeren: “ Withdrawing from the EU would also save the City of London from a “frenzy of regulatory activism”, such as the financial transactions tax that Brussels is seeking to impose.”

Nigel Lawson speelt de kaart van de ‘ financial transaction tax’ intelligent uit en met een goed gevoel voor timing, immers: de financiële jongens die de huidige Britse regering stevig aan een touwtje hebben, zullen ongetwijfeld gevoelig zijn voor dergelijke argumenten, die rechtstreeks aan hun belangen raken. Voor hen is het idealistische idee van een Verenigd Europa, waarin alle Menschen Brüder sind und werden, vooral een marketing middel voor de massa’s. Het toekennen van de Nobelprijs aan de EU past daar wonderwel in. Wat we precies onder Europa dienen te verstaan, is tot op de dag van vandaag niet duidelijk. Lawson is in ieder geval van mening dat Europese superstaat (een Grossmacht) niets voor de Britten is.

De Europese Economische Gemeenschap (EEG),
opgericht op 1 januari 1958, bood het platform voor eenwording via een gemeenschappelijke, interne markt. Die formule was zeer geschikt om de pluralistische Europese naties en culturen geleidelijk aan samenwerking te laten wennen. Allengs zouden de voordelen – misschien zelfs het inzicht van de nóódzaak –om te komen tot een meeromvattender politiek-fiscale unie, ingang hebben kunnen vinden. Helaas echter houden politici er eigen ambitieuze agenda’s op na en koesteren zij voor zichzelf carrière-plannen. Dit nog afgezien van de middelmatige kwaliteiten bij menigeen die het in de Brusselse Europa-snoepwinkel op de een of andere manier voor het zeggen hebben.

Op de invoering van een eenheidsmunt, de euro op 1 januari 2002 in twaalf landen van de Europese Unie rustte van meet af een zware risico-hypotheek. De muntunie had ingebakken constructiefouten waarvan de onmogelijkheid van (tijdelijk) uittreden van een lid misschien de voornaamste was. Een duidelijk teken aan de wand van de ieder-voor-zich-mentaliteit was de schending van het stabiliteitspact door grote lidstaten. Het vertrouwen in de euro kreeg een gevoelig klap. Daarna is het eigenlijk alleen maar bergafwaarts gegaan.
Met lede ogen moeten voorstanders van een verenigd Europa (een langetermijn onderneming) aanzien hoe de weerzin groeit tegen het Europa-project zoals dat ons door de strot wordt geduwd.

“There is no such thing as society”
Twee punten van aandacht bij de uitlatingen en het voornemen van Nigel Lawson:
1) Lord Lawson was minister van Financiën onder Margaret Thatcher en van mevrouw Thatcher stamt de uitspraak die zij in Women’s Own magazine (31 october 1987) deed: “there is no such thing as society. There are individual men and women, and there are families.” Dus zeker ook geen grote Europese eenheidssociety, waar de zwakke broeders door de anderen op sleeptouw móeten worden genomen – niemand kan immers uitstappen;
2) in Engeland fungeert het recht vooral op basis van jurisprudentie, gewoonterecht en statutair recht. Dit in tegenstelling tot de meeste Europese landen die het recht op schrift stellen, in wetboeken vastleggen. Centraal opgelegde wetten zijn de Britten wezensvreemd. Vandaar die uithaal van Lawson naar Brussel als centrum van “frenzy of regulatory activism”.

cultuurverschillen
Dergelijke wezenlijke endogene cultuurverschillen als die tussen Groot Brittannië en het Europese continent, gelden mutatis mutandis even hard voor de andere eurolanden onderling, zoals steeds opnieuw blijkt.

kwaliteit van de politici
De shock-tactiek van de invoering van een euro als eenheidsmunt (voor-het-blok-zetten), dient in toenemende mate het maskeren van de povere politiek-bestuurlijke kwaliteiten van de eurocraten. Hoge kwaliteit, met inbegrip van morele integriteit, is echter een sine qua non. Een onzalige paradoxale situatie, die weinig hoop op voorspoedige ontwikkelingen biedt. Nu worden alle mislukking en tegenslag soepel en makkelijk op externe en oncontroleerbare fenomenen geschoven – zoals de financiële crises en de Aziatische dreiging als noodzaak om de muntunie overeind te houden – en blijven de politici met hun verantwoordelijkheid voor gebrek aan visie en incompetent handelen, buiten schot.

vaagheid en nevelen zijn troef
De ingebakken systeemfouten van de euro-muntunie draineren ons structureel. Wie er precies van al die weglekkende en verdampende miljarden aan belastinggelden profiteren, blijft in nevelen gehuld. Niemand schijnt nog te weten wat er wanneer en waarom nu weer “gered” dient te worden. Net als bij de aanstellingen en benoemingen van allerlei “eurocraten” op lucratief gesalarieerde posten, is intransparantie ook hier troef.

De Engelsen zien de bui hangen, ze trekken hun Wellingtons aan en steken hun umbrella’s op. Dat is beter dan blijven hozen en straks misschien het zwemvest aan moeten trekken. Zij hebben dat vreemd gewrochte gedrocht dat de Europese Unie intussen is geworden vermoedelijk minder hard nodig dan andersom.

Read Full Post »

door Jerry Mager
(donderdag 2 mei 2013 gepost op < nelpuntnl >)

War is peace.
Freedom is slavery.
Ignorance is strength.

Doublethink means the power of holding two contradictory beliefs in one’s mind simultaneously,
and accepting both of them.

The best books… are those that tell you what you know already.

Until they became conscious they will never rebel, and until after they have rebelled they cannot become conscious.

The choice for mankind lies between freedom and happiness and for the great bulk of mankind, happiness is better.

George Orwell, 1984

De managersuniversiteit is failliet: Tijd voor verandering! Onder deze titel vond donderdag 25 april 2013 in de aula van de VU aan de De Boelelaan te Amsterdam het symposium plaats van het ‘Platform Verontruste VU’ers ‘ – van 16:00-18:00.
De medewerkers-wetenschappers-docenten staat het water aan de lippen, zij willen af van het bedrijfsmatige modeldenken onder ‘ leiding’ van managers. Ze staan met hun rug tegen de muur, vluchten kan nergens meer naartoe, want alles is inmiddels gecommodificeerd – tot vermarktbare handelswaar benoemd – en managers maken overal de dienst uit. Alleen de moneymakers (geneeskunst, farmacie en nog wat bèta-departementen) zullen nog enigszins ‘ vrij’ kunnen werken – zo lang ze tenminste geld in het laatje brengen. De rest dient als behang en franje en natuurlijk als excuus voor management-banen, de overhead, die in feite parasiteert, al mag je dat nooit hardop zeggen.

De tegenwoordige universiteit is een grote koekjesfabriek die diploma’s uitspuwt en gecertificeerden aflevert. Wetenschappelijke fraude en corruptie in vele vormen en gradaties, is daar onlosmakelijk mee verbonden, evenals het controleren en disciplineren van de werkers, vooral middels ‘auditing’. Kort door de bocht – u moet de boeken vooral zelf lezen en analyseren – vat ik de geschiedenis die voorafgaat aan waarvoor we op 25 april daar in die VU-aula zaten schetsmatig samen met verwijzing naar drie boeken: 1)The Great Transformation (1944) van Karl Polanyi; 2)The Managerial Revolution: What is Happening in the World (1941) van James Burnham en 3) Animal Farm (1945) van George Orwell.
Momenteel zitten we (althans in West- Europa en de VS) in een fase die volgens mij goed is te begrijpen vanuit het perspectief dat deze boeken aanreiken. Hieronder in steekwoorden de drie boeken.

Ad 1) Karl Polanyi behandelt de commodificatie van land, arbeid en geld, om deze geschikt te maken ter verhandeling op de markt. Voornaamste aanleiding en oorzaak was de industriële revolutie met zijn massaproductie. Van de drie entiteiten liet en laat arbeid zich het moeilijkste commodificeren. Zeker hoofdarbeid. Commodificatie is wezensvreemd aan lesgeven, onderwijzen en doceren en het behandelen van dergelijke arbeid als marktwaar is een kunstmatig gebeuren dat vele ernstige nadelen, negatieve externalities, met zich brengt. Het meeste nefaste is het ontnemen van hun beroepstrots aan de vaklui en de demoralisatie van die beroepsuitoefenaren. Het is een pernicieus proces van gestage erosie dat al vele decennia de kwaliteit van ons onderwijs over de hele linie en in den brede uitholt en aantast en moeilijk zal zijn terug te draaien. Het is immers alleen baron Münchhausen gegeven zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken.
Commodificatie gebeurt vooral om de managers gereedschappen te verschaffen waarmee zij hun pseudo-controletaken (vooral doorlopende ‘auditing’) kunnen uitoefenen.
Waar de commodificatie van geld toe heeft geleid, bewijzen de mondiale financiële crises, die volgens mij alleen in hevigheid en omvang zullen toenemen. Bij onze onderwijsinstellingen zijn de afdelingen Financiën en Vastgoed inmiddels alles-dominerend en de productie van diploma’s staat min of meer in dienst van die twee. Marketing vervult onder het mom van Communicatie & Voorlichting een minstens zo dominante rol. Kennisverwerving en – overdracht (Bildung al helemaal niet meer!) is niet langer het primaire proces – terwijl we in Newspeaktermen (zie Orwells 1984) om de oren worden geslagen met ‘De Kenniseconomie’.

Ad 2) James Burnham vertelt over de machtsovername door de managers (de bewindvoerders) die de kapitalisten allengs verdrongen en nu als lege posities bewegen op een soort van virtueel schaakbord van controle en macht. Zij brengen zelf niets tastbaars voort, zij managen alleen maar en worden daar royaal voor betaald, royaler dan degenen die het eigenlijke werk verrichten. Van dienaren zijn ze sluipenderwijs bazen en opzieners geworden, rasechte koekoeksjongen. Ik denk in dit verband altijd aan het Dickens-personage Uriah Heep.

Ad 3) George Orwell tenslotte illustreert met zijn satire Animal Farm dat het maatschappelijk proces overal op deze planeet op hetzelfde uitdraait. Oorspronkelijk geschreven om het communistische systeem aan de kaak te stellen, is Animal Farm vandaag de dag integraal toepasbaar op onze op democratische leest geschoeide maatschappij: er zullen altijd meesters/uitbuiters en slaven/uitgebuiten zijn. Overal ter wereld en onder welke ideologische denominatie dan ook. Het oppervarken Napoleon dat de scepter zwaait over de Boerderij der dieren, staat exemplarisch voor de moderne manager, inclusief de parallelle fancy titels en catchy functieomschrijvingen: “pigs liked to invent for him such titles as Father of All Animals, Terror of Mankind, Protector of the Sheep-fold, Ducklings’ Friend, and the like”. Het meest kenmerkende aan Orwells varkens en de parallelle moderne managerskaste echter is het zinloze (papier-)werk dat ze verrichten:

“Somehow it seemed as though the farm had grown richer without making the animals themselves any richer-except, of course, for the pigs and the dogs. Perhaps this was partly because there were so many pigs and so many dogs. It was not that these creatures did not work, after their fashion. There was, as Squealer was never tired of explaining, endless work in the supervision and organisation of the farm. Much of this work was of a kind that the other animals were too ignorant to understand. For example, Squealer told them that the pigs had to expend enormous labours every day upon mysterious things called “files,” “reports,” “minutes,” and “memoranda”. These were large sheets of paper which had to be closely covered with writing, and as soon as they were so covered, they were burnt in the furnace. This was of the highest importance for the welfare of the farm, Squealer said. But still, neither pigs nor dogs produced any food by their own labour; and there were very many of them, and their appetites were always good.” (het staat in Chapter X; mijn cursivering, JM)

Tussen de mensenmanagers en de varkensbazen bestaat geen wezenlijk verschil, beide hebben hetzelfde belang, het arbeidsprobleem: “ Between pigs and human beings there was not, and there need not be, any clash of interests whatever. Their struggles and their difficulties were one. Was not the labour problem the same everywhere?”

Of, op welke wijze en wanneer de wal het schip tenslotte zal keren, vind ik een boeiende en ook een ietwat beangstigende vraag. Op internet kunt u veel googelen over de drie door mij genoemde boeken en auteurs. De boeken zijn te koop. Burnham antiquarisch zelfs in Nederlandse vertaling bij Leopold: Machtsvorming der bewindvoerders.

Een hoopgevend bericht vind ik dat enkele belangrijke Duitse(!) universiteiten besloten schijnen te hebben niet langer aan de algehele verdwazing mee te doen en geen data meer zullen aanleveren ten bate de internationale rankings, waarmee universiteitsbestuurders de blits maken, elkaar de loef afsteken en hun onderlingen onder sim houden.

Read Full Post »