Feeds:
Posts
Comments

Archive for February, 2013

Bakkers en bankiers
Column Joris Luyendijk (woe. 20 02)2013 in De Standaard van donderdag 21 februari 2012

# ingekort, zie De Standaard voor volledige versie

Stel dat de bakker bij u om de hoek hetzelfde verdiende als een zakenbankier; honderdduizenden euro’s per jaar. Dan zouden bij u in de buurt andere mensen ook een bakkerij beginnen, toch? Ze zien de dikke auto van de bakker en denken: ga ik ook doen. Grote winsten trekken nieuwe spelers aan, wier concurrentie de prijzen (en dus salarissen) naar beneden drijft. Dat is marktwerking.

Stel nu dat de bakker bij u om de hoek brood verkocht van dezelfde kwaliteit als de woekerpolissen of subprime-hypotheekproducten die zakenbanken de afgelopen decennia met zoveel succes wisten te slijten. Dan zou u die bakker voortaan mijden, toch? En met u de rest van de buurt. De bakker zou failliet gaan want wie slecht presteert, verdwijnt. Ook dat is marktwerking.

Dus waarom zijn de zakenbanken die een cruciale rol speelden bij de crisis niet verdwenen? Waar zijn de nieuwe zakenbanken? En waarom verdienen de mensen in die zakenbanken nog steeds zoveel geld? Als het was gegaan om giftig brood in plaats van giftige leningen zouden slachtoffers de bakker hebben aangeklaagd, en bedolven onder schadevergoedingen. De bakkerij was dichtgegooid, toezichthouders voor broodkwaliteit waren vervangen en nieuwe bakkerijen zouden met een schone lei beginnen. Na twintig maanden boren in de financiële sector lijkt me dit de centrale weeffout in het bestel: er is geen marktwerking en dus geen zelfcorrectie aan de top van de vrije markt. ( ) ( ) Terug naar ons bakkertje. Een zakenbankier anno 2013 is als een bakker die zeker weet dat hij de enige in de buurt zal blijven. Hij weet ook dat de kwaliteit van zijn waar wordt beoordeeld door een instantie die financieel van hem afhankelijk is, terwijl toezichthouders weinig begrijpen van brood en bovendien van politici te horen krijgen dat ze het rustig aan moeten doen; de mensen kunnen immers niet zonder brood. Waarom zou die bakker zichzelf geen tonnen salaris geven? Waarom zou hij geen zaagsel door het brood mengen?

Nu kun je zeggen: opbreken die handel. Maar dan stuit je op de tweede centrale weeffout in ons bestel: het financiële kartel opereert op wereldschaal, terwijl de tegenkracht moet worden georganiseerd op nationaal niveau. Ja, een land kan besluiten zijn zakenbank op te knippen. Maar dan worden de lucratieve delen opgeslokt door andere zakenbanken van elders, die daarmee nog groter worden. Dat lijkt mij de grote vraag voor de EU. Met 27 landen kun je weliswaar een vuist maken tegen het mondiale financiële kartel, maar hoe voorkom je dat de EU wordt ingekapseld en gecoöpteerd zoals is gebeurd met de Britse en Amerikaanse politiek?

Waarmee we komen op de vraag waarop de believers in globalisering geen antwoord lijken te hebben: kun je überhaupt een mondiale financiële sector hebben zonder mondiaal toezicht? En mocht dit komen, wie controleert dan weer die controleurs? ( )

Reacties

Op 21 februari 2013, zei Jerry Mager:

Wat lees ik nu!?: “Dat lijkt mij de grote vraag rond de EU: met 27 landen kun je een vuist maken tegen het mondiale financiële kartel.” Een vuist maken, als EU?! Indien dat zo zou zijn, dan waren de huidige problemen subiet van de baan en vermoedelijk nooit ontstaan! Het oude beeld van de Romeinse fasces cum securibus – o ja, die ene pijl kun je breken, maar een bos pijlen niet. Ik geloof trouwens dat de financiële sector al lang mondiaal en grenzenloos (in alle opzichten, maar vooral wat ‘greed’ betreft) opereert, vandaar de bloeiende initiatieven van regionale munten (‘Torekes’ en ‘Noppes’ en het idee van de ‘Civic’ van Lietaer). Een onwezenlijk idee, dat je via en door legaal geld toch stiekem en voortdurend bestolen kunt worden. Trouwens, bij Kruidvat en Blokker liggen de dvds over Wall Street (Michael Douglas) momenteel in de aanbieding. ‘Inside Job’ enige tijd terug ook weer.

Op 21 februari 2013, zei Luuk de Waal Malefijt:

De auteur heeft gelijk. Het geld wordt al tijden gemaakt door private instellingen wat tot inherente ongelijkheden in crises leidt. Wat hij helaas niet heeft genoemd is de oplossing hiervoor die ook in 1930 al bekend staat als het ‘Chicago plan’, dat onlangs is aanbevolen door een working paper van het IMF: neem het privilege van geldcreatie af van banken door fractioneel reserve bankieren te verbieden en zelf een schuld- en rentevrije munt in te voeren. De Ons Geld beweging beoogt dit in Nederland voor elkaar te krijgen onder de paraplu van Stichting Ons Geld. Dit is een zusterbeweging van de Positive Money beweging in Engeland, de Monetary Reform Party in Amerika, Sensible Money uit Ierland, en Monetative uit Duitsland en Zwitserland. Sluit je aan en vecht mee op www.onsgeld.nu

Op 22 februari 2013 reageert Jerry Mager op Luuk de Waal M.:

@ Luuk ik heb je website bezocht, daarop zijn enkele belangrijke documenten bij elkaar gebracht. Ziet er goed uit. Het initiatief vind ik loffelijk – net als de C1000-beweging van David Van Reybrouck. Doen je al samen? Het zal vooreerst vooral symbolisch blijven, vrees ik, want de tegenmacht van de gevestigde belangenpartijen enorm en geld is al lang een zelfstandig, industrieel vervaardigd, product geworden (NB de 14 page special in the Economist over Offhore Finance). Ndlse pensioenfondsen hebben net hun uitbetalingen verlaagd en prompt lanceert PvdA-vice-premier Asscher een campagne over contracten voor inwijkelingen – de geëigende afleidingsmanoeuvres. Goed dat ik jullie initiatief hier in DS onder ogen krijg. In Ndlse kranten kom je waarschijnlijk niet aan het woord? Een caveat: kijk naar ‘Beter Onderwijs Nederland’ en waak ervoor dat je niet net zo’n zachte dood sterft. Die vraag van D66-Pia Dijkstra op je site vind ik exemplarisch! Ik word alvast lid voor een jaar.

Op 22 februari 2013 omstreeks 11:14, zei Marlies H.:

zakenbanken met een bakker vergelijken is wel heel erg kort door de bocht, en naar mijn mening vrij populistisch. Een investeringsproduct ga je toch niet vergelijken met een consumptieproduct? Dit artikel lijkt me eerder een gevolg van innerlijke frustratie. Verboden hormonen in vlees/vis, schadelijke chemische producten in kleding, bedorven paardevlees in pastaproducten … dat is zorgwekkend, want levensbedreigend … te meer dat je niet krijgt wat je ter goeder trouw denkt te kopen, nl. veilige producten. Als cliënt bij een zakenbank weet je wat je belegging opbrengt of niet, méér, ook al is het resultaat slecht, het zal niet levensbedreigend zijn. … Indien op heden dezelfde zakenbanken als vijf jaar geleden bestaan, betekent dit misschien dat de cliënten toch niet zo ontevreden zijn. Men kan toch bezwaarlijk iemand verbieden cliënt te blijven bij een bank? Dit artikel lijkt me een drogreden om onterecht rijkdom te associëren met bedrog. De slechte rijke en de goede arme!

Op 22 februari 2013 reageert David P. op Marlies H.:

U gaat zelf ook even kort door de bocht. Waar de auteur op doelt is dat ondanks het falen/te kort komen van die sector, zij daar niet de gevolgen van dragen. De sector is immers te belangrijk en zou de hele wereld in de chaos storten. Wel, indien dit systeem dan zo’n bedreiging is voor de financiële stabiliteit, dan is het misschien beter dit beest ook fors aan de ketting te leggen. Zijzelf (op een uitzondering na) bloeden toch niet, de rest van de bevolkingen mogen dat doen. De meesten van die topbedrijven/banken hebben idd van niemand iets te duchten. Ivm die clienten van die zakenbanken: zouden dat misschien doorgaans ook niet zo van die institutionele beleggers zijn, hetzelfde type dus. Ik ben de laatste om iemands rijkdom niet te gunnen, maar wat er de laatste jaren in de financiële wereld gebeurde/gebeurd is al eens serieus op het randje en erover.

Op 25 februari 2013 reageert Jerry Mager op Marlies H.:

@ Marlies, (giftige, toxic) leningen vergelijken met en behandelen als brood gebeurt nu helaas wel, omdat de taalvervuiling álles in bedrijfs-jargon verpakt. Ook een paspoort wordt mij als product verkocht door de mevrouw achter het gemeenteloket, net als een medische ingreep of een consult. Je kunt brood, net als financiële constructen, producten noemen, maar ze natuurlijk niet op (quasi) gelijke wijze behandelen. JL laat zien dat bij brood de betekenis van product operationeel anders werkt dan bij hypotheken. Een bakker die te veel ‘zoete broodjes’ bakt, maakt het niet lang. Daarentegen kunnen de jongens en meisjes in de financiële bakkerijen ongestoord hun gang gaan met hun beunhazerij van mis-baksels (het zaagsel uit hun hoofd, is hoofdbestanddeel van hun brood). Wíj moeten nu van bijna alles zelf uitzoeken of het deugt, dat kan geen mens, en dus – zo hameren de bovenbazen ons in – nemen we onze verantwoordelijkheid niet of onvoldoende en leggen de zwarte piet terug bij ons.

Read Full Post »

Keuze voor verleden of voor toekomst?
Jean-Luc Dehaene in De Standaard van zaterdag 09 februari 2013

De Europese lidstaten weigeren de nodige middelen vrij te maken voor een toekomstgericht Europees beleid, zegt Jean-Luc Dehaene . Ze halen zo de Europese doelstellingen onderuit die ze zelf hebben vooropgesteld. Een geval van verregaande politieke schizofrenie?
* * *

Met veel ambitie keurde de Europese Raad in 2010 het plan ‘Europa 2020′ van de Europese Commissie goed om door onderzoek, innovatie en infrastructuurwerken de groei in de EU te stimuleren. Twee jaar later werd het ‘Pact voor Groei en Tewerkstelling’ goedgekeurd. Beide plannen willen door een gezamenlijke Europese aanpak een meerwaarde bieden ten opzichte van 27 nationale plannen.
Diezelfde Europese Raad geeft echter niet thuis als daarvoor middelen moeten worden vrijgemaakt. Gisteren werkte de Raad aan een begroting voor de komende zeven jaar (2014-2020). Het plafond van 960 miljard ligt meer dan 80 miljard lager dan wat de Commissie had voorgesteld en is een terugval op het uitgavenniveau van 2007.
Als argument voor de verlaging van de EU-uitgaven wordt verwezen naar de besparingen die de lidstaten moeten doorvoeren. Dat argument lijkt steek te houden, ware het niet dat de uitgaven van de Unie de laatste jaren al veel minder snel groeiden dan de nationale uitgaven. Ook heeft geen enkele lidstaat zijn uitgavenniveau verlaagd, terwijl het net dat is wat de Europese Raad van de EU vraagt, en dan nog wel voor zeven jaar.
Om alle landen over de brug te krijgen, wordt bovendien weinig of niet geraakt aan de fondsen voor landbouw en hulpbehoevende regio’s, die samen meer dan 70 procent van de Europese uitgaven vertegenwoordigen. Vergeleken met het voorstel van de Commissie wordt vooral gesnoeid in het budget voor research, innovatie en investeringen en het geld bestemd voor de nieuwe bevoegdheden (zoals gemeenschappelijk buitenlands beleid). Er wordt dus gekozen voor een aanpak die eerder op het verleden dan op de toekomst gericht is.

Eigen Europese middelen
De neerwaartse druk op de Europese uitgaven vanuit de lidstaten vindt zijn oorsprong in de financieringswijze van de EU-begroting. Die gebeurt grotendeels vanuit de nationale begrotingen. waar ze geboekt worden als uitgaven. Als de nationale begrotingen onder druk staan, is een lagere bijdrage aan de EU een besparing.
Het is ooit anders geweest. Tot midden de jaren tachtig werd de Unie gefinancierd door eigen middelen, voornamelijk via de douanerechten die rechtstreeks aan de EU toekwamen. Omdat de douanetarieven verlaagden, verminderde de opbrengst snel. Er moest dus uitgekeken worden naar andere inkomsten. In 1988 werd beslist de douanerechten aan te vullen met bijdragen uit de nationale begrotingen. Ondertussen zijn die bijdragen uitgegroeid tot de belangrijkste inkomstenbron van de EU (68 procent), en dit volledig in tegenstelling tot het Europese Verdrag, dat voorschrijft dat de Europese begroting moet worden gefinancierd met eigen inkomsten.

Vooral de grote lidstaten gijzelen de EU met een financiering vanuit de nationale begrotingen. Door de uitgavenplafonds te verlagen, versmachten ze Europa financieel.

Slechts één remedie kan heil brengen: de EU moet opnieuw haar eigen inkomsten hebben, bijvoorbeeld afkomstig uit een financiële transactietaks of milieuheffingen. Met eigen inkomsten wordt ook de eigen financiële verantwoordelijkheid van de EU benadrukt. Het voordeel zit hem niet zozeer in grotere uitgaven, maar wel in een gegarandeerde financiering, los van de nationale begrotingen. Ook de nationale begrotingen zullen er bij winnen omdat ze hun EU-bijdragen grotendeels zullen kunnen schrappen. Het is een win-winsituatie.

Grotere flexibiliteit
Het Europees Parlement heeft in het debat over de meerjarenbegroting altijd een consequente houding aangenomen:
1) Het uitgavenplafond moet voldoende hoog zijn om de doelstellingen van Europa 2020 te kunnen financieren.
2) De betalingen moeten de vastleggingen volgen. Het Verdrag laat geen Europese deficit toe.
3) Het is onzinnig een plafond vast te leggen voor zeven jaar; een dwingende halftijdse herziening moet worden voorzien.
4) Er moet een grotere flexibiliteit worden ingebouwd. Het moet mogelijk worden om verschuivingen door te voeren tussen rubrieken binnen de begroting als er overschotten zijn. Binnen de Raad moet dit bij meerderheid worden beslist.
5) Het Europees Parlement en de Raad moeten zich politiek engageren om binnen een af te spreken tijdsbestek de EU-begroting opnieuw met eigen middelen te financieren.

Beter geen dan een slecht akkoord
De besluiten van de Europese Raad zijn hopelijk maar een basis voor onderhandeling. Er is immers maar een akkoord als ook het Europees Parlement zijn goedkeuring geeft. Zoals de zaken er nu voorstaan, heeft de Raad onvoldoende rekening gehouden met de voorwaarden van het Parlement. Hopelijk heeft de Raad voldoende onderhandelingsmarge overgehouden, zo niet wordt een akkoord moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk.
Het Europees Parlement zal niet toelaten dat de EU financieel versmacht wordt. Temeer omdat het huidige Parlement zo het nieuw verkozen Parlement en de nieuw benoemde Commissie in 2014 voor schut zou zetten. Zonder aanpassingen zou voor het Europees Parlement daarom de beste optie kunnen zijn om een paar jaar te werken met jaarlijkse begrotingen, uitgaande van het uitgavenpeil van 2013. Zo krijgen het nieuwe Europees Parlement en de nieuwe Commissie de kans een beter plan op te stellen in een hopelijk betere economische context.

= = =

Wie is Jean-Luc Dehaene? Europarlementslid, ondervoorzitter van de begrotingscommissie

Wat beweert Dehaene hier? De besluiten van de Raad dreigen de EU financieel te versmachten, en dat wil het Europees Parlement niet toestaan.

REACTIES

Op 10 februari 2013, zei Jerry Mager:

1/5 De strekking van Jean-Luc Dehaenes (JLD) betoog – meer geld, dus meer ‘macht’ – voor ‘zijn’ begroting vind ik treffend geïllustreerd aan een alinea als: ‘ … wordt vooral gesnoeid in het budget voor research, innovatie en investeringen en het geld bestemd voor de nieuwe bevoegdheden (zoals gemeenschappelijk buitenlands beleid).’ Ik lees bij JLD vooral: gerichtheid op instrumentele zaken en het belang van de eurocratie (van ‘buitenlands beleid’ kun je zoveel produceren als je wilt). De Economist van 02-08 febr. houdt ons in een Special de Scandinavische landen (Economist: ‘Nordic countries’) ten voorbeeld en vertelt ons dat daar vooral andersoortige investeringen worden gepleegd, nl. in mensen: ‘The Nordics are continuing to introduce structural reforms … And they are doing all this without sacrificing what makes the Nordic model so valuable: the ability to invest in human capital and protect people from disruptions that are part of the capitalist system’.

2/5 Economen die zich verbazen over de recente successen van de Scandinavische landen, niettegenstaande hun omvangrijke overheidsapparaten, dienen van de Economist ook de immateriële aspecten in hun berekeningen betrekken, zoals: ‘the benefits of honesty and efficiency’. De Zweed Lars Tragardh ‘has a useful frase to describe this mentality: “statist individualism” ‘. De Economist toont in de paragraaf ‘The secret of their success’ (pp. 15-16) twee tabellen, per 2012: een index-ranking op 6 dimensies, en een staatje dat de ‘Public trust in institutions’ laat zien. In de eerste tabel staat Nederland op plek 9 (GB op 13 en de BRD op 14), België staat er helaas niet vermeld. Misschien vanwege ‘de!’ controverse ?? Waar het gaat om vertrouwen in instituten komt de EU op zo’n 32% van de bevolking die zegt vertrouwen te hebben (‘tend to trust’) in instituties. Finland staat top, met liefst bijna 60% van zijn populatie.

3/5 Economist: een hoog niveau aan vertrouwen resulteert in lage transactiekosten. ‘Trust means that high-quality people join the civil service. Citizens pay their taxes and play by the rules. Government decisions are widely accepted.’ Toch doe je er goed aan steeds te bedenken dat het the Economist blijft. Hilarisch vind ik de kritiek na de loftuiting aan het adres van Noorwegen ( p. 14) vanwege de politieke lange-termijn-visie die in 1990 zorgt voor het installeren van een ‘sovereign wealth fund … to prepare the country for a post-oil future and to prevent deindustrialization’. Maar dan de kritiek: het fonds is te omvangrijk en het opereert te vrijblijvend, want …. ‘it was slow to exploit te opportunities of the 2007-08 financial crisis’ en ook wordt het fonds volgens de Economist gehinderd door ‘its penchant for blacklisting offending companies’. Zo kennen we the Economist tenminste weer.

4/5 Niet dat ik meneer Dehaene als persoon wil afkammen, want ik vermoed dat hij tenminste deels opereert vanuit een oprechtheid, die voortkomt uit een overtuiging die men automatisch aankweekt wanneer men lang in een zelfde biotoop verkeert, in dit geval de kaasstolpen van allerlei EU-vestigingen met kunstmatig klimaat en licht. (Daarvóór vertoefde JLD in gouvernementele regionen, dus weinig anders) Men spreekt dan immers voortdurend lieden met eensluidende belangen – ze hangen tenslotte allemaal aan dezelfde vette Brusselse tiet – en ideeën, in dezelfde restaurants, grand- cafés etcetera, en dus zal groupthink er eerder regel dan uitzondering zijn, want het zijn ook maar mensen van vlees en bloed – al menen velen van hun ongetwijfeld dat ze als halfgoden of heroën (een enkeling waant zich misschien zelfs een godje, wie weet) ver boven het voetvolk zijn verheven en vanzelfsprekend recht kunnen doen gelden op nectar en ambrozijn terwijl ze ons liefst op water en brood zetten.

5/5 Tot slot Karl Popper, die zich geen illusies meer maakte over de kwaliteit van bestuurders, regeerders en andere CEO’s, maar pleit om tenminste onze instituties zo in te richten dat blunderende bestuurders zo min mogelijk schade kunnen aanrichten: ‘I am inclined to think that rulers have rarely been above the average, either morally or intellectually, and often below it. It appears to me madness to base all our political efforts upon the faint hope that we shall be successful in obtaining excellent, or even competent, rulers. [I]t forces us to replace the question: Who should rule? by the new question: How can we so organize political institutions that bad or incompetent rulers can be prevented from doing too much damage? ‘ In: The Open Society and Its Enemies (vol.I). Als de EU net zo labyrintisch systeem-achtig wordt als de banken, dan kunnen we onze lol op met ‘systeemfouten’ en too- big- to-fail-achtige miseries. We krijgen me dunkt nu al wrange voorproefjes genoeg.

Read Full Post »

De nuttige luis in de pels
door Ian Buruma in De Standaard van vrijdag 08 februari 2013

Wordt in Groot-Brittannië mogelijk de vraag gesteld of de Britten wel tot Europa willen behoren, dan klinkt ook in Europa de vraag of ze de Britten er wel bij willen. Ian Buruma knikt alvast van wel: de kritiek van over het Kanaal is een broodnodige vertolking van de weerstand tegen de EU-planners.

# ingekorte versie – zie DS voor volledige tekst

Veel mensen in het Verenigd Koninkrijk vinden dat hun land de Europese Unie nergens voor nodig heeft. Leden van de UK Independence Party en ook een heleboel eurosceptische Conservatieven denken zelfs dat Groot-Brittannië het op eigen houtje beter zou doen. Zij dromen van Groot-Brittannië als een soort Singapore van het Westen, een commercieel machtscentrum dat uit de Londense City zou worden bestuurd.
( )
Wil Europa de Britten wel?
Maar er is ook een andere vraag: hoeveel Europeanen willen dat Groot-Brittannië in de EU blijft? Het antwoord hangt gedeeltelijk af van de nationaliteit. De kleinere noordelijke landen, zoals Nederland, hebben Groot-Brittannië altijd bij de club gewild. Zonder de Britten zouden ze immers naar de pijpen van Frankrijk en nog meer naar die van Duitsland moeten dansen. Maar naarmate de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog vervaagt, voelen meer en meer mensen in Nederland en Scandinavië zich behaaglijk onder de machtige Duitse vleugels. Toch zou Duitsland zelf zijn Britse partner liefst behouden, om niet alleen te staan tegen de landen van de Middellandse Zee. Cultuur blijft belangrijk. En de Duitsers hebben veel met de Britten gemeen, meer dan met de Grieken of zelfs de Italianen. ( )
Maar cultuur en nationaliteit of zelfs gaullistisch chauvinisme kunnen niet alles verklaren. De pro- of anti-Britse gevoelens in Europa hebben een sterke politieke dimensie. De Fransen die verklaarden dat ze Groot-Brittannië graag uit de EU zouden zien vertrekken, waren grotendeels links, terwijl veel mensen die het tegendeel vonden veeleer rechts waren. Het waarom is niet helemaal duidelijk, maar heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat je aan de rechterzijde ook neoliberalen vindt, die de Britse visie op de bedrijfswereld en de vrije handel delen.

Het eenheidsideaal van Monnet
Zoals al hun geestesgenoten zijn de Franse linksen voorstanders van een grote mate van staatscontrole over de economie en van technocratische in plaats van liberale oplossingen voor sociale en economische problemen. ()Monnet en de andere Europese technocraten waren geen tegenstanders van democratie maar leken er in hun ijver om de natiestaten van Europa te verenigen vaak weinig oog voor te hebben. De Eurocraten wisten wat het beste was voor de burgers van Europa. Ze wisten wat er moest gebeuren. Te veel publiek debat, te veel inmenging van de burgers en hun politieke vertegenwoordigers, dat zou alles alleen maar vertragen. Vandaar de typische EU-taal over ‘niet te stoppen treinen’ en ‘onomkeerbare beslissingen’. De burgers worden niet verondersteld de wijsheid van de grote planners in twijfel te trekken.
( )
Zandkorrel in de EU-machine
Toch zou het fout zijn de Britse twijfels over het Europese eenheidsstreven te negeren. ()De Britse weerstand tegen grootse Europese plannen is de democratische zandkorrel in een machinerie die – met de beste bedoelingen- autoritair zou kunnen worden. Hij moet het noodzakelijke tegengewicht vormen voor het utopisme van de technocraten.( ) Daarom heeft Europa het Verenigd Koninkrijk nodig: niet als een offshore financieel en handelscentrum, maar als een lastige, kritische en koppig democratische partner.

* * *

Wie is Ian Buruma? Doceert democratie, mensenrechten en journalistiek aan Bard College.

Wat beweert Buruma? De Britse twijfels hebben hun nut. Het doet de democratie geen kwaad dat af en toe iemand dwars op de sporen gaat liggen van de ‘onstopbare trein’ Europa.

REACTIES

Op 08 februari 2013, zei Jerry Mager :

Zand in de raderen is geen bijster constructieve rol. Typerend voor het project Europa, deze functieomschrijving. De keuze die IB biedt lijkt op een keuze tussen drie soorten muziek: Brits, Duits of Frans pijpen – de Schotse doedelzak blijft buiten gehoor, hoewel daar toch de meeste pijpen mee gemoeid zijn. Wie garandeert dat Britse Eurocraten minder Eurocratisch zullen worden dan die andere landslui? Hun ingebakken xenofobie, chauvinisme en aangeboren nationalisme misschien? Zijn dat begerenswaardige eigenschappen om een Europa mee te stichten? Eurocratisch op z’n Brits, maar vooral Eurocratisch, want zodra de lui in Brussel zitten, of daaruit hun (lucratieve) inkomens hoofdzakelijk trekken, zijn ze “Europeaan”, ongeacht hun herkomst. Buruma’s speculaties over de respectieve volksaarden zijn onderhoudend om te lezen, maar ik houd het vooralsnog op eigenbelang en hebzucht als universele motivatie. Ik ben vóór Europa, but easy does it, doucement und immer mit der Ruhe, dozo arrigato.

Op 08 februari 2013, zei Jerry Mager:

P.S. De spoor-metafoor wint almaar aan actualiteit en prangend belang, gezien de ‘ontsporingen’ in België en Nederland waar het onze sporen betreft – en niet alleen onze spoorwegen. Ooit deed een anecdote opgeld over een Brits persoon die zelfmoord wilde plegen door zich aan een Britse spoorrails vast te ketenen. De clou was dat ze inderdaad omkwam, maar van honger, want er kwam geen trein voorbij. Met die voortdenderende Eurotrein (elke maand van Straatsburg naar Brussel en vice versa, tegen absurde kosten, dat motiveert óók! ) moeten we uitkijken dat we niet geheel ongewild aan dat naargeestige spoor vastgeketend raken. British Rail verdient dan inderdaad de voorkeur. Voor hoe lang nog, want Nederlandse NS-managers zijn naar verluidt al koortsachtig actief op die ‘markt’. Laat ze toch in vredesnaam eerst thuis eens alles op de rails krijgen, hebben en houden.

Op 08 februari 2013 omstreeks 08:20, zei Eddy Verhaeghe:

Buruma slaat nagels met koppen. Er moet dringend wat gedaan aan de democratische legitimatie van het Europese bouwwerk (de Europeanen moeten meer betrokken worden bij de besluitvorming, ev. via referenda). Er moet dringend nagedacht worden over de manier waarop aan de verbreding (denk o.a. aan de toetreding van nieuwe lidstaten) & de verdieping (zie o.a de ondoordachte invoering van de €) van de EU gewerkt wordt. Het utopisme van Europese politici en het Europese technocratische & bureaucratische apparaat zijn o.a. mede zoniet de hoofdoorzaken van het debacle met de €. Er moet opgehouden worden met het de bevolking schrik aanjagen als een of ander nieuwe stap ‘voorwaarts’ niet willens nillens aanvaard wordt. Zelfs het einde van de € hoeft niet het einde van de EU te worden. Last but not least kan het niet dat wie voor Europa werkt dat quasi belastingsvrij & aan hogere weddes dan in vergelijkbare functies kan doen. Europese Mandarijnen & apparatchiks zijn maar burgers zoals wij.

Op 08 februari 2013 omstreeks 10:41, zei Gilbert Haelewyn:

Wanneer politici niet in staat zijn om bepaalde toestanden in te schatten,ondanks ze een leger van adviseurs tot hun beschikking hebben,hoe wilt u dan,dat een gewone burger langs een referendum zegt,welke beslissingen er dienen genomen worden.Niet iedereen is een fiscaal of sociaal specialist.Bij een referendum zullen er voor-en tegenstanders zijn,dikwijls naargelang hun eigen positie.Die zullen dan van uit hun machtspositie de gewone burger bewerken met ‘populistische’ slogans.

Read Full Post »

Dat Bart De Wever geen homo-T-shirt aan de Antwerpse loketten wil, was voorpaginanieuws in onze weekendkrant. Ten onrechte, meent Tom Naegels in De Standaard van woe. 06 februari 2013.

# Ingekort – zie DS voor volledige tekst
( ) ( ) Afgelopen zaterdag schreef ik dat Gazet van Antwerpen de uitspraken van André Gantman over de stadsdichter had opgeklopt, in de hoop dat de tegenstanders van de N-VA zouden reageren, wat dan weer voor ruzie en dus nieuws zou zorgen.
Uitgerekend diezelfde dag zette De Standaard op haar voorpagina: ‘Geen homo-T-shirt achter loket. Bart De Wever opent debat’ – waarmee de krant enkele zinnen uit een lang interview naar het middelpunt van het debat katapulteerde, met ruzie, en dus nieuws, tot gevolg. ( ) ( )
Ik vind het debat over de neutraliteit van de overheidsdiensten zelf belangrijk. Ik onderschrijf dus de redenering dat het om een relevante context gaat, die een uitspraak nieuwswaarde geeft.
Toch was en ben ik niet blij met de keuze om hier de weekendkrant mee te openen. ( ). Zelfs als ik geloof, en dat doe ik, dat het Bart De Wever ging om publieke uiting van homoseksualiteit als dusdanig (en dus niet om een gepolitiseerde versie ervan), ben ik er niet van overtuigd dat hij daarmee verder gaat dan de bestaande richtlijn. Die is heel breed, vermeldt zoals gezegd ook hiv-speldjes en clubkleuren, en eindigt in ‘enz…’. Het is waar dat het vorige college nooit over regenboog-T-shirts heeft gesproken, maar het werd ook nooit uitgesloten. ( ) ( )
De permanente verontwaardiging put ons uit. De natuur van het nieuws is om aandacht te besteden aan wat de aandacht trekt, dat weet ik. En nieuws creëert nieuws. Maar het zou zo’n deugd doen als er eens iemand heel hard op de rem ging staan.

REACTIES:
Op 06 februari 2013, zei Jerry Mager:
“Permanente verontwaardiging” vind ik mooi! Dus s.v.p. T-shirts met daarop: Permanently Pissed! Bekijk het ook eens zo: als je homo “bent” (je draagt dan zo’n baadje) dan ben je in theorie meteen een heleboel andere dingen NIET, zoals bijvoorbeeld: gecertificeerd muslim (whatever that may be) of geaccrediteerd katholiek vanwege de Heilige Stoel (idem dito). Dus dat is discriminerend op een voor sommigen/velen positieve manier. Zou BDW misschien dáár tegen zijn? Moeten er voor hem wellicht juist méér muzelmensen achter de loketten – als ze maar geen kromzwaarden ostentatief als briefopener gebruiken en niet (ingeval van mannen) hun voorhuid in een flacon op sterk-water-met-een-kleurtje-en-een geurtje, ingelijst en met een halogeen spotje erop, op de desk hebben staan. Wat een dolle pret om die onuitputtelijke veelheid aan mogelijkheden uit te proberen. We zijn nog lang niet klaar. Wat is Nederland toch saai! Iemand als BDW zorgt tenminste voor vertier, vermaak en jolijt.

Op 06 februari 2013, zei Peter W.:
Jerry, hier ga je toch iets teveel freewheelen. Ik heb het interview met BDW nog eens nagelezen en denk te weten wat de man precies bedoelt. De gemeenschap is voor hem de maat der dingen. Dat is een zeer fuzzy notie. Als rechtenstudenten konden we uren oeverloos ouwehoeren over het concept ‘goede zeden’. Het was de tijd dat de allereerste monokini’s werden gespot aan onze kust. Toen werden mooie stukjes gepleegd over de grenzen van de ‘openbare zedenschennis’. Als je die vandaag, anno 2013 terug leest, dan kom je niet bij van het lachen. Wat stelden we ons toen aan! Ik ben ervan overtuigd dat het met die T-shirts, pins en die hoofddoeken net zo zal vergaan. Alleen moet zoiets spontaan doordringen. Zonder druk van bovenaf en vooral zonder paternalisme vanwege (linkse) wereldverbeteraars. Het interview met BDW ging ook over ideologie in het algemeen. En die neutraliteitspolitiek was daar een voorbeeld van. Een treffend voorbeeld, zo blijkt achteraf.

Op 06 februari 2013, zei Jerry Mager:
@ Peter, je hebt wel een beetje gelijk met dat freewheelen, want de zon schijnt hier nu volop en ik zat even in gedachten op een Antwerps terrasje een bolleke te doen. Vandaar mijn joligheid. Natuurlijk gaat het bijna altijd over wat ons ten diepste beroert en raakt – oeps, ik denk plots aan monokini’s kussen-zonder-spot, want Freud ligt naast me en dus lees ik je reactie navenant dienovereenkomstig – en uit en in de krochten en kerkers van ons onbewuste welt en woelt. In ieder geval is BDW bijna altijd de moeite van een exegese waard. We zouden die persoon eens moeten mogen leasen, om Nederland wat op te porren en de ingedutte geesten uit de muffe flessen te laten!

Op 06 februari 2013, zei Linda V.:
Mr De Wever zegt in het interview:’Vandaag moeten de productieven tot oktober werken voor de niet-productieven. Wie brengt dat geld op? Mensen die toegevoegde waarde creëren. Wie consumeert dat geld? De niet-productieven, maar die zijn electoraal zo belangrijk geworden dat ze het staatsbestel continueren.’ Die uitspraak is eigenlijk nog straffer dan de 47% van Mitt Romney want dat betekent dat de uitkeringstrekkers in de meerderheid zijn en zo de staat gijzelen. Waar was de ‘kritische’ journalist mee bezig want dat van die maand oktober is een grove leugen en het was niet de eerste keer dat hij uit de duim werd gezogen? Maar ja wanneer De Wever het zegt zal het wel waar zijn zeker? Of mocht hij zijn eigen vragen en antwoorden verzinnen? Ook hier geen sprake van een tegensprekelijk debat dus? Een geval van interview met de automatische piloot en alleen belust op een straffe quote voor de zaterdagse krantenkop.

Op 06 februari 2013, zei Jerry Mager:
@ Linda, waarom gebruikt u in hemelsnaam: “gijzelen” ? Ik lees iets heel anders. Meneer De Wever is democraat in hart en nieren (vermoed ik althans en neem ik graag aan) dus als hij zegt dat niet-productieven (= zij die geen toegevoegde waarde creëren) het staatsbestel continueren dan spreekt BDW zichzelf in één zin tegen, is het niet? Want de continuïteit van het staatsbestel – waarin ook BDW volop meedraait – borgen, is me daar toch een Toegevoegde Waarde van de Eerste Orde en van Jewelste, zou ik menen. Die mensen hebben daar een productieve dagtaak-en-meer aan! Geen tijd voor een lunchpauze. Zeker met loslopende politiekers als BDW! Veel journalisten lijken helaas de vaardigheid niet meer te verstaan om uitspraken van politiekers – die meestal ‘framend’ bedoeld zijn – te reframen op een creatieve manier die politieke en democratische toegevoegde waarde genereert. Bovendien: Bart De Wever is geen mister Romney en België niet de USA. Waar we heel blij mee kunnen zijn, vind ik.

Read Full Post »